Closetrol onder je oksel

Ik haat kamperen. Elk jaar weer. En toch komt er steeds weer dat moment dat ik denk: ‘Jawel, dat gaan we doen.’ Dit jaar heb ik zelfs mijn vriend bereid gevonden om zich vrijwillig met mij op te offeren aan de natuur. Het is een ware beproeving voor onze relatie en daar ben ik me terdege van bewust. Op het moment dat je dit leest, banjeren wij rond op de Wadden. Met elk een closetrol onder de oksels.

Dicht bij de natuur
Mijn vriend noemt het liefdevol ‘creperen’ en daar zit wat in. Het slechtste argument om te gaan kamperen ooit is: ‘Lekker dicht bij de natuur’. Als je onder de natuur ‘naaktslakken’ verstaat, dan komt de natuur inderdaad dichtbij. Heel dichtbij. En dan benoem ik nog maar één van de vele wonderen der flora en fauna op de Wadden.

Weersomstandigheden
Ik heb nooit bij de scouting gezeten, maar ik heb weleens gehoord dat waar naaktslakken zijn, regen op komst is. Op één of andere manier is het altijd kutweer als ik kampeer in Nederland. Gevalletje slechte timing? Of slechte locatie?
De keren dat de voortent volliep en we met het hele gezin én de complete inboedel beregezellig hutje mutje opgesloten zaten in de caravan kan ik niet op één hand tellen. Lekker knus. Tegenwoordig doen mijn ouders aan kamperen voor gevorderden. Ze hebben nu een stormtent.
Dat mag ook wel op de Waddeneilanden, want als er iets is wat ik geleerd heb in de afgelopen jaren, dan is het wel dat de weersomstandigheden op de Wadden veel extremer zijn dan op het vaste land. Het lijkt me niet ondenkbaar dat je in een hevige storm met tent en al van Vlieland naar Terschelling waait. Het engste wat ik heb meegemaakt is onweer op Terschelling. Ik heb me vastgeklampt aan mijn luchtbed en gewacht totdat het insloeg en het tentzeil om me heen zou smelten.

Ruimte en privacy
De kans dat de onweer op mijn tent zou inslaan was niet groot, want mijn tentje was het kleinste van het hele veld. In eerste instantie leek het er wel mee door te kunnen gaan. Mijn kleding kon erin en ik kon zelfs mijn schoenen uitstallen. Totdat mijn luchtbed, slaapzak en ondergetekende er ook nog bij in moesten. Kun je nagaan, deze keer gaan we met zijn tweeën in datzelfde tentje. ’s Avonds laat je je op je luchtbed rollen om erachter te komen dat ie óf leeg, óf lek is. De rest van de nacht lig je óf tegen elkaar aan, óf op elkaar, óf naast het luchtbed. Niet omdat we elkaar zo lief vinden. Dat is gewoon één van de wetten der natuur en het heet zwaartekracht. Om nog niet eens te spreken over de volgende ochtend. Met een closetrol onder je arm, een beginnende hernia en een vogelnest op je hoofd naar een toilethok banjeren. Om er daar achter te komen dat je óf je handdoek, óf je douchemunten vergeten bent. Dan kun je dus nog een keer de dagelijkse walk of shame lopen.

Echte liefde
Nu is er ons een belofte gedaan door de weerdeskundigen. Een heuse hittegolf. Dat wordt uitwaaien op de Wadden zoals het in de folders staat geschreven. Een paar graden koeler dan in de rest van het land en een zachte bries door onze haren. Strand, in welke richting je koers ook vaart. Goede timing, toplocatie. Daar kan geen buitenland aan tippen. Ik weet niet meer wanneer ik verliefd werd op de Wadden. Ik weet nu wel weer waarom. Nu maar hopen dat mijn eerste en mijn grote liefde met elkaar overweg kunnen.

© Beeld: privébezit