Fleur: ‘Bruce keek me aan alsof ik van plan was een leuke winterstola van hem te maken’

VIVA-journalist Fleur Meijer (38) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Iedereen die weleens thuis over de drempel is gestapt na een vakantie weet: als je om je heen kijkt is alles op een vreemde manier hetzelfde, maar toch anders. Dit zeurende gevoel, alsof je in de grot van Plato, The matrix of een of ander wormgat bent beland, houdt gelukkig maar een paar minuten aan.

Omdat je ineens beseft: verdomd, dit is wél mijn huis, mijn muurvlek, mijn kapotgekrabte bank, mijn versleten tafel, mijn sterk vermagerde kat. Wacht. Hè?

‘Bruce!’ riep ik, en ik liep naar hem toe om hem te smoren in mijn liefde. Dan zou zich vast wel de gebruikelijke post-vakantiescène ontvouwen: die waarin hij me eerst diep beledigd probeert af te wijzen, maar dat zo ontroerend slecht acteert dat hij binnen een minuut als een ronkende dieselmotor in mijn nek ligt. En daarna zou de befaamde welkomstmusical volgen: Amy en Bruce die in meerstemmig gemauw uitbarsten, een experimentele dans door de kamer opvoeren en eindigen op hun rug op het kleed. Het slotapplaus geven we door ze heel lang te aaien, en daarna is alles weer goed.
Ik strekte vast mijn armen uit.
Maar Bruce keek me aan alsof ik van plan was een leuke winterstola van hem te maken en schoot weg op een van de eettafelstoelen.
Zelfs de Kameel, die van de vermoeiende school is dat je menselijke emoties niet op dieren moet projecteren, moest toegeven dat dit raar was.
‘Laat hem maar heel even,’ zei hij.
Het is niet dat er niet goed voor ze was gezorgd. We hebben fantastische buren. De bakjes zaten zelfs nog vol.
‘Hij is boos,’ zei ik. ‘Hij is gewoon in hongerstaking gegaan.’
De andere dingen die ik dacht, durfde ik niet hardop te zeggen.
Mismoedig keek ik door de tuindeuren naar buiten. Het regende hard. De tuintafel was groen uitgeslagen en bezaaid met zeiknatte bladeren. Het afdekzeil dat ik eerder zo keurig gespannen had, lag een meter verder.
Ook hoorde ik ineens water stromen. Hard. Mijn blik ging naar boven en vond de regenpijp. Er zat een scheur in.
Een boze tuin. Ook dat nog.
Ik zakte door mijn knieën, lispelde zoete woordjes en probeerde Bruce heel voorzichtig te aaien. Hij liet het toe, al leek hij er nog niet helemaal gerust op: misschien werd het geen winterstola, maar een herfstige kattenbouillon.
Maar ik bleef aaien en aaien over zijn magere ruggengraat, net zolang tot er voorzichtig een contactsleutel werd omgedraaid.
‘Hij spint!’ riep ik.
De Kameel zette onderwijl een emmer onder de regenpijp.
Een half uur later stonden we opgelucht toe te kijken hoe Bruce in een noodtempo een blikje Gourmet naar binnen werkte.
‘Hoe krijg je het ook voor elkaar om paté voor hem te kopen?’ zei de Kameel boos. ‘Je weet toch dat Bruce alleen zachte brokjes in saus lust?’
‘Het was een foutje,’ zei ik. ‘Ik heb het niet gezien. Jij ook niet, trouwens.’
Daar had hij niet van terug.
Buiten hoorden we de regen in de emmer druppen.

Verdomd, dacht ik. Dit is wél mijn huis.

Wacht.

Fleur’s column komt uit VIVA 47. Dit nummer ligt t/m 26 november in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Foto: Natasja Noordervliet