Géza schrijft: ‘Bij de pin kijk ik de man nog een keer goed aan en vraag: 
‘Is het echt waar wat je me vertelt?’

Géza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Er is weinig voor nodig om mij dronken te krijgen. Over het algemeen heb ik een vrolijke dronk, maar met wodka kan het twee kanten op: de sentimentele ik-ben-niet-dronken-maar-ik huil-wel-om-alles-dronk of de baldadige ik-ben-dronken-dus-blijf-uit-mijn-buurt-dronk. Een paar dagen terug besloten mijn vrienden en ik ergens te gaan dansen en voor de deur komt er een grote donkere man in een regenjas op ons af. De man draagt een bril en spreekt beschaafd Nederlands, dus duurt het even voordat we in de gaten krijgen dat hij op geld uit is. Iedereen haakt af, maar ik heb mijn sentimentele dronk te pakken en blijf luisteren.

‘Ik raak met mijn hand de arm van de man aan. Het is een onnozel gebaar, maar ik moet iets doen’

Hij kijkt me doordringend aan en zegt: ‘Ooit was ik een wiskundeleraar in mijn eigen land, Ethiopië, maar ik ben tien jaar geleden met mijn gezin gevlucht voor de oorlog. Vorig jaar is mijn vrouw overleden aan borstkanker.’ Tranen rollen over zijn wangen. ‘Ik leef momenteel op straat, samen met mijn twee jonge dochtertjes, die nu op mij zitten te wachten. Morgenochtend moeten we in Brussel zijn en daar zullen we ons vonnis aanvechten. Wij zijn uitgeprocedeerd.’ Ik raak met mijn hand de arm van de man aan. Het is een onnozel gebaar, maar ik moet iets doen om hem het gevoel te geven dat er wordt geluisterd. Hij haalt een kaartje met de naam van zijn advocaat tevoorschijn: ‘Deze man is mijn enige en laatste kans om hier te mogen blijven. Anders moet ik met mijn dochters terug naar Ethiopië, terug naar de oorlog.’

‘Ga je geen drugs kopen van het geld?’

Hij kijkt me smekend aan en dus zeg ik: ‘Wat kan ik voor je doen?’ ‘Ik heb tweehonderd euro nodig om de advocaat te betalen en ik zit nu pas op twintig.’ Ik graaf in mijn zakken en kom niet verder dan een luttele vier euro. ‘Loop maar even mee,’ zeg ik en we verdwijnen de hoek om. Mijn vrienden vragen of ik gek ben geworden, maar ik laat me niet uit het veld slaan; ik ga deze man helpen. Als we een pinautomaat gevonden hebben, kijk ik hem nog een keer aan en vraag: ‘Is het echt waar wat je me vertelt? Ga je geen drugs kopen van het geld?’ Verontwaardigd antwoordt hij dat hij een gelovig man is, nooit drugs gebruikt en echt de waarheid spreekt. Nog meer tranen. Ik trek honderdtachtig euro uit de muur en overhandig ze. Hij kijkt me verwonderd aan en vraagt dan om mijn e-mailadres. Hij moet en zal me op de hoogte houden van zijn leven, ik ben immers zijn reddende engel.

‘Trots vertel ik de volgende dag het hele verhaal aan een vriend’

Ik zeg hem dat dat niet nodig is en dat ik hem het allerbeste wens. Hij kust op religieuze wijze mijn voorhoofd, kijkt vervolgens om en zegt: ‘Daar 
is mijn bus.’ Zwaaiend rent hij richting het voertuig en verdwijnt als een kat in de nacht. Trots vertel ik de volgende dag het hele verhaal aan een vriend. Hij onderbreekt me lachend: ‘Was hij toevallig wiskundeleraar in zijn eigen land? Vrouw overleden? Twee dochtertjes?’ Ik val stil en realiseer me dat ik er in getuind ben. Maar dan herpak ik me: ‘Zo’n briljant acteur heb ik nog nooit ontmoet. Hij verdient mijn geld. Al hoop ik voor ’m dat ik hem nooit tegenkom als ik een baldadige dronk heb.’

Géza’s column komt uit VIVA-2019-45. Dit nummer ligt t/m 12 november in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Foto: Rachel Schraven