Column Noah: ‘Door de vitrage zie ik de blauwe ogen van mijn buurvrouw’

column Noah

Single Noah (33, accountmanager bij een uitgeverij) vertelt elke week over zijn date-avonturen.

‘Waarom ben je zo verdrietig?’

‘Ik ben niet verdrietig. Ik ben aan het uncouplen en dat voelt een beetje als rouw.’

Ik kijk serieus naar Menno als ik het zeg, maar kan mijn lach niet inhouden. Hij schudt meewarig zijn hoofd. ‘Lara was getrouwd. Het was leuk zolang het duurde. Ze vindt wel weer een ander speeltje en jij ook.’

‘Ik vind het voorlopig genoeg.’ Ik wip het lipje van een blikje bier. ‘Zou dat straks werken met statiegeld op blikjes?’ Menno begrijpt de hint en zwijgt.

Ik heb hem niet verteld over het raam en de buurvrouw, maar nu we samen in de tuin chillen, ben ik blij dat ik met mijn rug naar haar huis zit. Ik zou enkel focussen op het gordijn en dat wil ik niet.

‘Guapo? Kan ik je iets vertellen?’ Menno klopt zacht op de kop van Babe. Ik knik. Menno trekt Babe op de tuinbank.

‘Ik had een afspraak bij de huisarts.’ Ik kijk bemoedigend en Menno praat verder. ‘Ik heb antidepressiva gekregen.’ ‘Dat is toch goed?’ Menno haalt zijn schouders op. ‘Ik vond antidepressiva altijd iets voor losers.’

Ik buig naar Menno toe. We voelen ons gezond en zitten buiten. Dan mag ik nu best mijn hand op zijn knie leggen. ‘Ik vind het alleen maar dapper, Menno. Medicatie slikken is geen zwaktebod. Je neemt toch ook weleens een aspirientje?’ Menno knikt.

‘Jij zorgt juist goed voor jezelf door je lichaam serieus te nemen.’ Ik neem een slok bier en maak een proostbeweging. Menno tikt zijn blikje cola tegen mijn blikje, daarmee is het gesprek voor hem afgerond.

Ik glimlach. Ik ken niemand die zo is vastgeroest in stigma’s als Menno. Dat hij inziet dat hulp vragen soms nodig is, voelt goed. Het lijkt of hij mijn gedachten kan lezen.

‘Hoe is het met je moeder?’ Ik leg uit wat een cognitieve stoornis is: problemen hebben met het verwerken of terughalen van informatie of zoals bij mijn moeder met woorden. ‘Een vorm van Alzheimer.’ Menno knikt.

Lees ook
Column Noah: ‘Ik schrik op: fantaseer ik nu werkelijk over de buurvrouw?’

Voor het eerst sinds maanden voel ik weer intimiteit tussen ons. Hij luistert, zijn ogen op mij gericht, zijn houding vol interesse. Een bal klapt tegen de schutting aan de kant van het gangpad. Babe stormt er blaffend op af.

Ik herinner me de pan falafel die Kirsten gisteren bracht en sta op. ‘Nog een colaatje? En blijf je eten?’ Menno’s ogen glimmen. Alles is weer als vanouds. Al moet ik die antidepressiva de eerste weken persoonlijk in zijn keel duwen, als ze dit effect hebben op Menno, dan doe ik het met plezier.

Ik trek Babe bij de schutting weg en pak in het schuurtje een van de twee blikken Bonzo die ik daar bewaar voor dit soort spontane avonden. Terug in de tuin zie ik in het huis naast me het gordijn verschuiven. Door de dunne vitrage zie ik de felblauwe ogen van mijn buurvrouw.

De naam Noah is om privacyredenen gefingeerd.

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?