Commerciële hoer

Dat ik niet vies ben van commercie, dat was me al langer bekend, de naam commerciële hoer is me meer dan eens (gekscherend, dat dan weer wel) toegedicht. Hoe leeg en simpel dat eigenlijk is, werd me deze week pijnlijk duidelijk.

Ik hou van merken en vooral van merkbeleving. Als ik kijk naar de kerstreclames van Coca Cola, naar het gevoel dat ik krijg wanneer ik een Disneyland-reclame zie of, minder voor de hand liggend, het gevoel dat het merk Apple bij me veroorzaakt, dan vind ik het altijd erg knap dat een marketingmachine het voor elkaar krijgt om een gevoel te creëren bij een merk. Tegenwoordig ben ik daar iets minder fanatiek in dan vroeger, want waar ik als puber rondhuppelde met T-shirts van Star Trek, Looney Tunes enzovoort (ja ik was niet bepaald Goth ;)), tref je tegenwoordig geen logo’s meer op mijn borst. Het enige logo waarvoor ik een uitzondering maak is dat van Batman. Ik vind die superheld niet eens zo bijzonder, maar als ik met mijn zoontje Robin op stap ben en mensen lachen om mijn shirt dan gniffel ik van binnen: ‘Hihi, wij zijn Batman en Robin’. Lekker kinderachtig, maar plezier zit in kleine dingen.

Wereldvreemd
Ik dacht dus dat ik met de jaren minder commercieel was geworden, maar de logé die wij hier een maandje te gast hebben drukte me pijnlijk met de neus op de feiten. Nu is daar wel een klein stukje achtergrond voor nodig: de jongen in kwestie is 17 jaar oud, maar dat zou je niet zeggen. Hij wordt ‘gehomeschooled’ en hoewel ik daar aanvankelijk mijn twijfels bij had een jaar of vijf geleden, is het bizar om te zien hoe veel hij weet en kan. Maar vooral dus ook hoe nuchter en helder hij de zaken ziet. Hij logeert bij ons nadat we een paar jaar bij zijn gezin in Los Angeles hebben gelogeerd. Inmiddels ren ik wat minder gillend en wereldvreemd door LA, maar toen ik daar voor het eerst kwam, had ik het shirt met I Love LA binnen een dag te pakken. Hoezo I Love LA? Je bent er net! Daarna volgde uiteraard de mok, de pen, de koelkastmagneet en ja, ook de sticker. Het maakt niet uit waar ik kom, ik wil altijd graag iets kopen als herinnering aan waar ik geweest ben.

Met onze logé waren we gisteren een dagje naar Amsterdam. We hebben hem in een maand door heel het land gesleurd en daarbuiten, van de Zaanse Schans naar Lille, van Den Haag naar, eh, Lelystad. In Lille kocht hij een vliegtuig gemaakt van gerecycled blik, op de Bataviawerf kocht hij een handgemaakt schip. En in Amsterdam… kocht hij niets. Ik vroeg hem: ‘Wil je niet zo’n rode mok met I love Amsterdam?’. Die zou ik namelijk zeker gekocht hebben, in zijn geval. Hij schudde zijn hoofd ontkennend. ‘Maar wáárom dan niet?’, vroeg ik bijna verbolgen.

Made in China
‘Kijk eens op de onderkant?’ antwoordde hij. ‘Made in China’ stond er, in niet mis te verstane bewoordingen. ‘Ik ben nog nooit in China geweest’ antwoordde hij beleefd. Ik begreep zijn hint, maar was nog niet bereid om toe te geven: ‘Ja ho, dat is makkelijk. Álles is toch gemaakt in China? Dan zou je dus nooit meer iets kunnen kopen!’ Zijn filosofie bleek toch iets anders: ‘Ik vind het bijzonder als iets me inspireert. Als iets me letterlijk doet denken aan de plek waar ik geweest ben, door wat het uitstraalt of door de manier hoe ik ermee in aanraking ben gekomen. Het hoeft daar niet gemaakt te zijn, maar het moet er in ieder geval iets beleefd hebben’.

Onze gast was oprecht. Hij probeerde me niet de les te lezen, het was daadwerkelijk hoe hij erover dacht. Dat werd nog duidelijker toen ik hem vroeg wat hij het meest bijzondere vond wat hij hier had gevonden. Hij haalde een grote metalen nagel tevoorschijn, die de mannen op de Bataviawerf op ambachtelijke wijze voor hem hadden geslagen. Een koud en lelijk stuk metaal. Maar niet voor hem. Voor hem is het de verpersoonlijking van een bijzonder avontuur in Nederland.

Ik voelde me toch een beetje dom en simpel, kijkend naar de zes mokken van Starbucks op de plank tegenover me.

Toch maar eens een reis naar China boeken.

Beeld: Eigen materiaal