De cyclus van de anticonceptie

anticonceptie

Het is zover. Je krijgt je eerste vriendje. En dan niet zo’n basisschoolliefde, waar je met een beetje geluk mee gaat schuifelen. Nee. De tijd voor een grote-mensen-relatie is aangebroken en je gaat nadenken over een ideaal anticonceptiemiddel. Dat ‘ideaal’ in deze zin helemaal niet bestaat, weet je dan nog niet. Het condoom heeft al een paar keer trouwe dienst bewezen, maar is geen blijvertje. Je wilt aan de pil. Terloops vertel je je moeder dat je een afspraak bij de dokter gaat maken voor de pil en mompelt er nog iets over ‘last van menstruatie’ bij.

Zo ongeveer is het bij mij een flink aantal jaar geleden ook gegaan. De pil was sindsdien mijn steun en toeverlaat en mocht overal mee naartoe. Jaren. Hij ging mee op de vakanties, logeerpartijen en was zelfs, vanaf mijn nachtkastje, getuige van nachtelijke avonturen. Of ik het wilde of niet: We waren onafscheidelijk.

De eerste barstjes
De eerste barstjes in mijn relatie met de pil ontstonden toen ik ruim een jaar samenwoonde, krap bij kas zat en ik voor de zoveelste keer in de apotheek stond en de halfjaarlijkse eigen bijdrage moest afrekenen. Oneerlijk vond ik het. ‘Anticonceptie was toch immers in het belang van ons allebei’, dacht ik en haalde vol overtuiging de gezamenlijke pinpas tevoorschijn. Sindsdien werd de pil gevoelsmatig iets meer van mij en m’n vriend samen en mijn band met het gele bolletje verslapte.

Ongeveer een jaar nadat de kosten waren getackeld, diende het volgende probleem zich aan. De aversie tegen de maandelijkse dosis hormonen begon parten te spelen en eigenlijk was ik heel benieuwd hoe mijn natuurlijke cyclus eruit zou zien. Misschien toch eens stoppen met de pil? Dan weet ik tenminste of ik weer ‘normaal’ ongesteld word, vond ik, en zo geschiedde.

De intrede van het condoom
Het condoom deed weer z’n intrede, maar dit keer niet met zoveel gestuntel als ik me herinnerde uit de jongere jaren. De cyclus kwam weer regelmatig op gang en ik was tevreden. Totdat de menstruaties erger werden, langer duurden en ik dagen rondliep met pijn in buik en rug.

“Wat moeten we toch veel doorstaan als vrouwzijnde. Al dat ongesteld zijn, het lijkt me heerlijk om in de overgang te zijn”, zei ik overtuigend tegen m’n moeder, terwijl zij net een opvlieger aan het wegpuffen was. “Nooit meer ongesteld, dat wil toch iedere vrouw?!” “Jaja”, reageerde moeders quasi-verontwaardigd. Wacht maar tot het zover is, dan krijg je de opvliegers en de extra kilo’s er gratis bij. En dan niet klagen he!”

Voorlopig is het lang nog niet zover voor mij, maar ik denk dat ze gelijk heeft. Vooralsnog heb ik nog niet het ideale anticonceptiemiddel gevonden en kleven er alle middelen voor- en nadelen aan vast. Het blijft, ook voor veel vrouwen om mij heen, altijd een beetje een haat-liefdeverhouding. Herkennen jullie dit gevoel?

© beeld: Thinkstock