Dagboek van een zwangere vrouw: die verdomde hormonen!

hormonen

Week 28

Het is nogal wat, die veranderingen tijdens een zwangerschap. Ten eerste is er dat lijf, dat eerst opbolt en vervolgens uitbuikt, dan zijn er nog de kwaaltjes variërend van aambeien tot maagzuur en tot slot krijg je ook nog te maken met hormonen. Waarom die er zijn, is me een raadsel. Niemand wordt er tenslotte echt beter van.

Op hol geslagen olifant
Soms versterken hormonen slechts je persoonlijkheid. Zo is mijn zakelijke vriendin op het moment nog zakelijker en was ik zelf tijdens de eerste zwangerschap een versterkte hysterische versie van mijn toch al hysterische zelf. Niet goed. Voor niemand. Ik huilde (nee, brúlde) op de meest gênante momenten, verwoestte vriendschappen als een op hol geslagen olifant en als ik eens niet kwaad of verdrietig was, dan was ik wel in paniek.

Soms maken hormonen je een totaal ander mens. Mijn zachte knuffelvriendin, van wie we allemaal verwachtten dat zij tijdens een zwangerschap een nog zachter weekdier zou worden, werd een nuchtere vrouw die het allemaal wel zou zien. Als het wiegje maar klaar was, dan zou de rest vanzelf wel een keer komen.

Ik kom er deze keer goed vanaf. Misschien omdat het de derde keer is, misschien omdat ik al meer in evenwicht was voor deze zwangerschap, het feit is dat ik redelijk te handhaven ben voor mijn omgeving. Tot afgelopen week.

Altijd met etenstijd
Het was half zes ’s avonds, de tafel was gedekt, het eten was klaar. De bel ging. Mijn man deed open. Het bleek een collectant te zijn. Ik sloeg meteen op tilt. Kunnen die mensen niet een keer ná etenstijd komen, brieste ik in mezelf. Toen ik vanuit de keuken hoorde dat het voor Stichting Kika was, had ik misschien tot inkeer moeten komen. Niemand die tenslotte nee wil zeggen tegen een stichting die collecteert voor kinderen met kanker.

Helaas. Op het moment dat man GL een formulier moest invullen, zodat er elke maand vier euro van zijn rekening afgeschreven zou worden, werd het me echt zwart voor de ogen. Woest liep ik naar de voordeur. Ik riep allerlei totaal ongepaste dingen, zoals ‘hebben ze ook werk voor ons’ en ‘geef hem dan vier euro contant als hij zo graag geld wil’. Het was niet de stichting of het collecteren wat me zo tegenstond, maar het feit dat je zelf de regeling weer stop moest zetten door één of ander onduidelijk weergegeven nummer te bellen. Dat is hetzelfde als dat je jezelf voorneemt het abonnement op het safaripark deze keer echt op tijd te beëindigen of het tijdschrift voor de aflopende termijn op te zeggen. Hetgeen mij nooit lukt.

Maffiapraktijken
Mijn man keek me bevreemd aan, de collectant leek te verschrompelen. Daar stond ik dan, met mijn dikke buik vooruit, te toeteren dat het maffiapraktijken waren (ja, echt waar.) en dat het belachelijk was om zo aan geld te komen. Ik was weer even de olifant van weleer.

Mijn man trok zich niks van mij aan en ondertekende het formulier. Ik was verbijsterd. Nog geen half uur later, toen we in stilte hadden gegeten, keek hij me aan. En begon te lachen. Eigenlijk, zei hij, had hij heel kwaad moeten worden omdat ik hem in bijzijn van die collectant zo had afgeblaft. Het was echter duidelijk genoeg dat ik niet hem, maar mezelf onsterfelijk belachelijk had gemaakt. Ik schaamde me dood. Hormonen zijn echt nergens goed voor!

© beeld: Shutterstock