Dankbaar

geen

Matthijs, ons zoontje, moest deze week naar het ziekenhuis. Ongelooflijk hoeveel zorgen je je kunt maken over een kindje dat je begin vorige week nog niet kende.

De bevalling van M ging ontzettend soepel (zeg ik doodleuk als iemand die weinig anders kon doen dan handjes vasthouden). Daarna begonnen de zorgen eigenlijk pas. Matthijs (voorheen bekend als baby M) wilde niet drinken en dat is op z’n zachtst gezegd niet handig. Dan zijn daar allemaal handige maniertjes voor om er alsnog wat voeding in te krijgen, maar het was niet genoeg en het werd de kraamzorg al snel duidelijk dat de natuur een handje geholpen moest worden. En daar ligt je kleine smurfje dan, nog geen week oud en nu al een slangetje in z’n neus. Dan moet je dus je best doen om je dramatische kant te onderdrukken. Want hoe naar het er ook uitziet, het is maar een slangetje in z’n neus en het feit dat er in dezelfde kamer plotseling een baby beademd moest worden en wij snel de kamer uit gebonjourd werden, zette een en ander natuurlijk snel in perspectief (het nare is dat je achteraf natuurlijk ook niet hoort of zo’n kindje het heeft gehaald of niet, dus m’n fantasie heeft besloten van wel).

Spannende week

Het is al met al een ontzettende spannende week geweest, accepteert hij z’n voeding wel of niet, gaat het beter, komt hij aan, blijft hij alert of zakt hij weer weg? Van die vragen die de hele dag door je hoofd spoken, terwijl je niets kunt doen, behalve hopen dat de artsen weten waar ze mee bezig zijn. Gelukkig gaat het inmiddels alweer een stuk beter met Matthijs en hebben ze de sonde verwijderd, waarbij het nu de grote vraag is of hij het nu zelf gaat doen. Gelukkig houden ze hem daar nog een dag of twee en laten ze hem écht pas gaan als ze zeker weten dat hij het nu op eigen kracht kan.

Iets meer dan een week geleden was Matthijs nog een onbekend kindje in de buik, inmiddels kan ik zijn gezichtje dromen en kan ik al een week aan niets anders denken dan aan zijn welzijn (en dat van M) en hopen dat alles op z’n pootjes terechtkomt.

Rekening

Gisteren kreeg ik bij thuiskomst een rekening van mijn hoge bloeddrukmedicijnen. Of ik 18 euro wilde overmaken. Dat maakte me in één klap bewust van hoeveel mazzel wij hebben dat we in Nederland wonen. Matthijs is geboren, Matthijs kreeg zorg, Matthijs moest naar het ziekenhuis, Matthijs wordt daar al een week verzorgd en M mag al die tijd blij hem blijven (rooming-in noemen ze het geloof ik). En in al die tijd is het enige waar ik me zorgen om heb hoeven maken ook het enige waar ik me zorgen om zou moeten maken: Matthijs en M. Geen hoge ziekenhuisrekeningen, geen administratieve rompslomp, geen geldproblemen, aanmaningen, niets. Die 18 euro voor mijn eigen medicijnen betaal ik met liefde (moet ik maar minder zout eten, meer sporten en minder hard werken). Mijn ziektekosteverzekering heb ik voor kleine rampen, en daar heeft ons stelsel me, zelfs in tijden van crisis, wederom voor behoed.

Alles automatisch de molen in en ik kreeg de gelegenheid om me volledig te richten op datgene waar het echt om draait, en daar ben ik ontzettend dankbaar voor.