Noah: ‘Saskia is leuk, Saskia is mooi en Saskia is manisch depressief’

noah

Na een pijnlijke break-up besluit Noah (32, accountmanager bij een uitgeverij) weer te gaan daten. In VIVA vertelt hij elke week over zijn nieuwe leven als single.

Ik zit tegenover Saskia. Toen ze daarnet haar jas ophing en vrolijk een stuk chocoladecake bestelde bij haar café latte, vond ik haar nog leuk. Een wervelend girl next door-type. Spijkerbroek, donkerroze coltrui, stoere boots en verwaaid haar, maar dan op een schattige manier. Met Saskia kun je naar een festival, een galaparty, en zelfs naar je ouders.
Halverwege haar cake vind ik haar minder boeiend. Dat ligt niet alleen aan Saskia, maar ook aan de serveerster die onze koffies brengt. Lekkere taille, iets te volle kont in een te strakke broek, en een glimlach die me kriebels geeft. Dapper geef ik Saskia aandacht. Ik ben hier met haar.

Saskia is leuk. Saskia is mooi. En Saskia is manisch depressief, vertelt ze me nu.

‘Ik heb periodes dat ik hyperactief ben. Dat ik ’s avonds nog naar Parijs wil rijden en onder de Eiffeltoren wil zoenen. Skinny dippen in een vijver in het park. Maar er zijn ook weken dat ik droevig op de bank zit en niet eens wil Netflixen omdat dat te veel prikkels geeft. Dan ben ik net een zombie.’ Ik vind haar verhaal niet erg aanlokkelijk.
‘In welke fase zit je nu?’ vraag ik.
‘In between. Het kan alle kanten op. Maar ik slik medicatie en voor hetzelfde geld blijft het een paar maanden zo.’
De serveerster veegt voorover gebukt met een vaatdoek de houten tafel van twee studenten schoon. Ze houden hun armen vol overgave omhoog. In hun handen het peper- en zoutstel, een vaasje en een bier- en smoothiekaart. De kont wiebelt. Een pijp van haar broek krult boven een enkellaarsje. Haar enkel is geiler dan heel Saskia.
‘Laatst had ik een vriendinnenweekend. Dat ging hartstikke goed. Nou ja, op dat ene moment na dat ik mijn fles parfum in de badkamer tegen de muur smeet. Ik heb maar gezegd dat het gevallen was. Het huisje meurde het hele weekend naar klaproos.’
‘Uhu,’ zeg ik. Ik heb geen idee hoe klaproos ruikt. Broekje loopt terug naar de bar. Ze lacht naar twee vriendinnen die willen afrekenen. Als ze praat, hoor ik een licht heesje in haar stem. Niets met klaproos in elk geval.
‘Ik ben al jaren in therapie. Dat komt door mijn pestverleden. Klasgenoten noemden mij Prinsesje Rozenwater. En het áller-állerergste, Noah? Ik ben ooit op mijn jas gespuugd!’
Ik kijk Saskia aan. Haar gezicht staat zo verongelijkt dat ze me irriteert en ik zeg: ‘Niet dat ik pesten oké vind, maar denk je niet dat iedereen weleens gepest is?’ Ik herinner me de keer dat ik met fiets en al de sloot werd ingetrapt. Mijn jas zat onder de eendenschijt en mijn schoolboeken waren doorweekt.
‘Nou,’ gaat Saskia door, ‘ik heb dat Prinsesje Rozenwater als heel heftig ervaren. Wil jij nog koffie?’
Eigenlijk wil ik naar huis, Saskia is mij teveel huilie-huilie, maar als ze om koffie vraagt, sta ik al bij de bar en bestel bij Broekje twee nieuwe. ‘Met een koekje alstublieft, want volgens mij heeft mijn date het hard nodig.’
De serveerster lacht, legt vijf koekjes op een apart bordje en knipoogt uitnodigend naar me. ‘Succes.’

De naam Noah is om privacyredenen gefingeerd.

Noah’s column komt uit VIVA-2020-01. Dit nummer ligt t/m 7 januari  in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «