De rest van mijn leven heb ik een lui oog

Langzaam voel ik mijn neus vollopen en mijn ogen beginnen te jeuken. Er lopen drie katten door het huis en ik trek het niet meer.

Mijn vriendin vertoont sinds kort dezelfde symptomen. Dat is jammer voor haar, want zij is degene die me al twee jaar pusht om een kat te nemen. Ik heb bedongen dat hij Ronnie James mag heten. Verder heb ik er niet veel over te zeggen: de kat móet er komen. Zij neemt de allergie voor lief, alles voor een levend knuffelbeest.

Kattenfoto’s
Ik wil helemaal geen kat. Ik wil sowieso geen dieren. Ooit was ik vegetariër omdat ik zo’n hekel had aan beesten, dat ik ze niet eens wilde eten. Daar heb ik me overheen gezet, maar de zorg voor een ander wezen dan mezelf staat me nog steeds tegen.

Je kan mij honderdduizend schattige kattenfoto’s laten zien, ik blijf onbewogen. Tot vanochtend. Het gaat wat ver om te zeggen dat ik een traan moest onderdrukken, maar helemaal onbewogen was ik niet.

Ellende
Een universiteit heeft de ogen van jonge katjes dichtgenaaid om een medicijn tegen luie ogen te testen. Nooit let ik er op of mijn shampoo op dieren is getest, of mijn hoofdpijnpillen of de make-up van mijn vriendin. Maar de rest van mijn leven, mocht het zover komen, loop ik rond met een lui oog. Deze ellende moet stoppen en wel nu.

Ik snap het nut van testen op dieren. Sommige dingen kun je niet in een lab simuleren. Maar in plaats van een kitten, kun je toch ook een dier nemen dat wat minder sympathiek is? Een rat of zo. Naai een rat dicht!

Mijn ogen lopen vol en mijn vuisten beginnen te jeuken. Er staat een kitten met haar ogen dicht op mijn beeldscherm en ik trek het niet meer.

Door: Andre Weststrate