Debby: ‘De laatste poging de nieuwe Marianne Timmer te worden, eindigde in een bloedbad’

Ik leerde schaatsen op de ijsbaan in Raalte. Zodra de vorst in de lucht hing, liet de boer het weiland onderlopen en toverde hij zijn schuur om tot kleedkamer annex kantine waar een geur hing van sigarettenrook, warme chocolademelk en snert. Als het ijs dik genoeg was, vroeg hij een gulden entree en werd er tot in de late uurtjes geschaatst.

Mijn vader kon geweldig schaatsen. Knieën diep gebogen, handen op de rug en pootje over de bocht door. Prachtig vond ik dat. Hij trainde wekelijks op ijsbaan De Scheg in Deventer. In 1997 reed hij samen met mijn oom de laatste Elfstedentocht. Bij thuiskomst hingen de ijspegels nog aan zijn neus. Ik heb hem nog nooit zo kapot gezien. Hij volgde ook alle schaatswedstrijden op tv. We keken samen naar de legendarische 10.000 meter van Rintje Ritsma en Falko Zandstra in 1995, en hoorden Frank Snoeks de legendarische woorden ‘Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?’ zeggen toen Marianne Timmer goud pakte op de 1000 meter in Turijn.

Ik wilde ook schaatser worden en ruilde mijn kunstschaatsen in voor een paar echte Noren. Eerst stoempend achter mijn moeder aan totdat ik een beetje slag te pakken had, daarna proberen mee te komen in het tempo van mijn vader, hangend aan de schaatsbeschermers die hij op zijn rug vasthield. Ik oefende keihard om een topschaatser te worden, en aan doorzettingsvermogen ontbrak het niet. Maar de laatste poging de nieuwe Marianne Timmer te worden, eindigde in een bloedbad toen ik met mijn kin op het ijs klapte en mijn voortanden mijn tong doorkliefden.

Einde schaatsambities, mijn talenten lagen duidelijk ergens anders. Als kind ben je constant bezig met ontdekken waar je goed in bent, en als je eenmaal weet waar je talent ligt, blijf je daar vaak bij. Toch is het goed om stil te staan bij wat je nog meer in huis hebt, zeker in onzekere tijden. Mocht het nodig zijn, dan gooi je toch een stuk makkelijker dat roer om.

Helaas kent de sportwereld ook een heel donkere kant van de medaille, zo bleek onlangs uit schokkende cijfers van het NOC*NSF. Maar liefst een op de acht sporters heeft te maken (gehad) met seksuele intimidatie of misbruik. Toch praten weinig sporters hierover. Ilonka Wolswinkel (33), Anne Kamminga (22) en Anne van Dijk (17) hopen dit taboe voor eens en altijd te doorbreken en delen hun verhaal op pagina 37. Hou je taai en tot volgende week!

Debby Gerritsen

Hoofdredacteur VIVA

Volg Debby ook op social media:

Instagram | Twitter

Deze editorial is afkomstig uit VIVA 07-2021. Deze editie ligt vanaf 17 februari in de winkel en kun je via de bestelbutton hieronder bestellen. 

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief