Hoofdredacteur Debby over social activisme: ‘Waarom toch? En vooral, voor wie doe je dit?’

debby gerritsen

Mijn irritatiemeter slaat in het dieprood van alle zelfbenoemde experts en socialmedia-activisten die bij grote maatschappelijke of nieuwswaardige gebeurtenissen een punt willen maken door zich strijdend of huilend te laten fotograferen, maar dit wel doen met de juiste belichting, hoek en filter. Hoe sterk ik ook meeleef, ik heb geenszins de neiging om mijn iPhone te pakken en voor de camera tranen uit mijn ogen te persen en dit op Instagram te plaatsen. Het zal mijn nuchtere inborst zijn, maar mijn eerste reflex is: waarom toch? En vooral, voor wie doe je dit?

De sociale druk om je maatschappelijk uit te spreken op social media neemt toe. Laat zien aan welke kant je staat. Like dit, anders ben je vóór kanker. Zet je profiel op zwart, anders ben je een racist. Oh, en gebruik dan wel de juiste hashtag want anders telt het niet. Die enorme sociale druk voelt als een polonaise waar je niet onderuit komt, want hey: iedereen moet natuurlijk wel weten dat ook jij aan de goede kant staat. Ik kan me toch ook uitspreken tegen racisme of geweld tegen vrouwen zonder dit op social media te zetten? Is social activisme niet een hele luie manier van actie voeren waarbij we en passant elkaar ook nog eens de maat nemen?

Tijdens de laatste VIVA400-uitreiking, een drukke avond met 500 vrouwen in een kleine zaal, wilde een groepje feministen onaangekondigd een punt maken over een artikel dat maanden daarvoor in VIVA had gestaan. De organisatie greep in, de veiligheid van alle aanwezigen stond voorop, en de geplande actie – een fotomoment dat uiteraard bedoeld was voor social media – ging niet door. De dames hebben de rest van de avond aan de bar gestaan en leken zich goed te vermaken. Maar dagen na het event zag ik mezelf rondgaan op Instagram. Ik had ze misdadig behandeld en de groep eiste een verklaring. Via Instagram, welteverstaan. En zoals dat gaat op The Gram werd de oproep luidkeels aangemoedigd en gretig gedeeld door de leden van dit wederzijds bewonderingsgenootschap. Ze wilden bloed zien, mijn kop moest rollen. Ik vroeg mij af wat er mis was met bellen of mailen als je iets dwarszit, mijn gegevens zijn gewoon openbaar, maar die optie heeft natuurlijk weinig entertainmentwaarde. Ik was ondanks het tumult niet van plan om onder het toeziend oog van The Gram publiekelijk de discussie aan te gaan en kreeg na lang vijven en zessen een van de dames aan de lijn. We hadden een goed gesprek waarin ik uitlegde dat ik altijd opensta voor een inhoudelijke dialoog, maar deze niet via social media wil voeren. Ik kreeg terug dat het wellicht mijn leeftijd was waardoor ik deze vorm van activisme niet zou snappen. Feministen doen kennelijk wel aan ageshaming.

Ik begrijp social activisme heel goed. Het bereik is enorm, en dat kan een waanzinnige impact geven. Maar er zit ook een narcistisch randje aan deze vorm van activisme. Want met je blote borsten op een foto roepen dat je een #proudfeminist bent geeft niet alleen smoel aan de hashtag, maar ook aan de persoon op de foto. Door expliciet de aandacht op jezelf te vestigen – als witte vrouw huilend in de camera zeggen dat ze zo meeleeft met de zwarte gemeenschap – verleg je de focus van de boodschap naar jezelf. Kijk mij eens tegen kanker, racisme of vrouwengeweld zijn. Kijk mij eens een maatschappelijk betrokken mens zijn.
Social activisme kan veel positieve impact geven, kijk naar de oproep tot manifestaties en demonstaties. Maar het leidt ook vaak af van het onderwerp. Helaas. En nu alle Instagramaccounts en Facebookprofielen een dag op zwart hebben staan en selfies en poezenplaatjes weer aan de orde van de dag zijn, vraag ik mij af: is er nu echt iets veranderd?

Debby Gerritsen
Hoofdredacteur VIVA

Volg Debby ook op social media:
Instagram | Twitter