Drie keer zwanger is scheepsrecht

De eerste keer dat ik zwanger raakte, was het niet best met me gesteld. Negen maanden lang vervloekte ik alles: die dikke buik, die dikke kop, die verschrikkelijk hormonen. Ik was totaal niet mezelf, kon om alles huilen en ik was kwaad. Kwaad dat die zwangerschap zo veel van me vergde. Kwaad dat het geen roze wolk was. Kwaad dat ik zo dik en lelijk werd. Kwaad op iedereen die me van goede raad voorzag en kwaad op alle mensen die dachten dat ze me moesten vertellen hoe dik ik wel niet was. Kwaad op de vrouwen die ongevraagd aan mijn buik zaten of me verboden flesvoeding te geven, terwijl ik vanwege medische redenen niet anders kon.

De tweede keer dat ik zwanger raakte, ging het al een stuk beter. Ik was voorbereid, wat heel fijn is voor iemand die niet heel flexibel omgaat met veranderingen. Ik had daarnaast ook geen behoefte aan friet en mayonaise, maar aan fruit en yoghurt, waardoor ik in het begin niet zo heel snel heel dik werd. Ik voelde me mooi, straalde, was blij en kortom: ik voelde me geweldig. Blijkbaar was dit ook hormonaal, want laatst vertelden twee vriendinnen me dat ze me toch echt wel behoorlijk opgezwollen hadden gevonden. Oh. Fijn dat er een megagroot canvasdoek in de kamer hangt dus, met mijn oudste dochter, man GL en ikzelf met een zeven maanden zwangere buik.

Nu ben ik weer zwanger. Ik voel me niet beter. Ik heb last van nare hormonen. Hormonen die me toefluisteren dat ik het allemaal niet zo goed doe. Dat ik erg stom ben, nu ik na 14 weken al vijf kilo aangekomen ben. Hormonen die me tegelijkertijd doen snakken naar chocolade en me tot op het bot afbranden. Als ik in de spiegel kijk ben ik ook niet zo blij. Ik zie nu al een plofkop met kleine oogjes en vochtkussentjes op mijn jukbeenderen. Mijn billen zijn ook al stukken breder en de hoeveelheid bovenarm is verdubbeld, ongeveer.

Echter, als ik denk aan dat kleine hummeltje in die buik, word ik overweldigd door liefde. Iets wat ik bij mijn eerste zwangerschap te bizar vond. Ik vond het maar vreemd: hoe kon ik nou houden van een baby die ik nog nooit gezien had. Straks zou die baby een hekel aan mij hebben, bijvoorbeeld. Of wat als ik een psychopaat zou baren, omdat ik zelf negen maanden lang met moordneigingen rondliep? Bij mijn tweede zwangerschap ging dat al wat beter. En nu hoef ik maar naar mijn buik te kijken en weet ik: deze baby vindt mij hartstikke leuk. En ik haar (want het zal vast wéér een meisje worden). Deze keer kan ik echt genieten. Deze keer ben ik echt dankbaar. Ik kijk gewoon zo min mogelijk in de spiegel en verban de weegschaal naar zolder. Dat gaat allemaal over uiterlijkheden, terwijl het belangrijkste toch binnenin mij zit. En daar ga ik goed voor zorgen.

Fotocredits: Heidi Wils Fotografie