Ding-dong

Sinds een paar jaar loop ik collecte. Achter iedere deur bevindt zich weer een ander persoon, een andere etenslucht en een andere tactiek van hoe om te gaan met collectanten. De meest opvallende tactiek is toch wel de kunst van het negeren.

Ik vind collecteren best leuk. Bejaarden die even een praatje maken, kleuters die glunderend een euro in de bus mogen stoppen en vragen of ik even wil rammelen. Toch snap ik dat niet iedereen even blij is met een collectant aan de deur. Soms prik je juist je vork in een dampende gehaktbal, is er op tv net een soft-erotische scene met je favoriete acteur bezig, of heb je gewoon even geen kleingeld. Daar heb ik begrip voor want het gebeurt mij ook soms.

Toneelspelen voor het goede doel
Waar ik een stuk minder begrip voor heb zijn de mensen die net doen alsof je er niet bent, alsof je niet bestaat. Gisteravond was ik getuige van een prachtig schouwspel.

In de schemering loop ik het tuinpad van nummer 159 op. Onder een schemerlamp zie ik een vrouw op de bank zitten. Ze leest met opgetrokken benen een boek, ik zie hoe ze een pagina omslaat. Ik druk de bel in en hoor gerinkel aan de andere kant van de voordeur. Na een tiental seconden besluit ik een paar stappen achteruit te doen zodat ik de woonkamer in kan kijken. Ik zie de benen van de vrouw nog steeds op de bank rusten. Misschien heeft ze me niet gehoord. Ik ben de beroerdste niet, ik zal wel even op het raam kloppen.

Ik schuifel het smalle paadje voor het raam op. Aan de andere kant van het glas zie ik olifantenbeeldjes en orchideeën die met haarspeldjes tegen een stokje geklemd staan in de vensterbank. Een natte struik drukt tegen de achterkant van mijn spijkerbroek. Ik hef mijn knokkel om zachtjes tegen het raam te roffelen, als ik opeens zie hoe de vrouw erbij zit.

Onbetaalbaar
Het boek ligt omgedraaid op een kussen en het hoofd van de vrouw leunt tegen de armleuning. Haar armen liggen slap langs haar lichaam en haar mond staat een beetje open. Een glimlachje speelt om mijn lippen. Ik laat mijn gebalde vuist zakken en besluit te wachten. Een half minuutje gaat voorbij, dan opent ze haar ogen en gaat met een zelfvoldaan gezicht rechtop zitten. Ze bukt voorover om haar boek te pakken en staart dan recht in mijn gezicht. Hikkend van de lach zwaai ik even met mijn rode collectebus, ik zie haar iets mompelen. Met ogen die vuurspuwen gaat ze tegen de andere armleuning van de bank zitten, mij de rug toekerend. Dit was veel meer waard dan een handje kleingeld.

Liever een middelvinger door de brievenbus
Ik ben tijdens mijn ronde nog wel twintig andere gevallen van creatief negeren tegengekomen. Ik heb dan liever dat iemand “Ga weg!” uit het zolderraam schreeuwt of een middelvinger door de brievenbus steekt. Even het gordijn opendoen en nee-schudden volstaat, vind ik helemaal niet erg. Maar een mens negeren dat zijn of haar vrije avond beschikbaar stelt voor een goed doel, vind ik asociaal. Ja mevrouw van nummer 159, u hoort het goed: asociaal.

Voor dit jaar heb ik mijn goede daad weer gedaan. Volgend jaar loop ik met plezier weer mijn ronde. Ik weet al bij welk huis ik begin…

Foto: Gettyimages.com