Doodshoofd met bandana

De piratenvlag danst op een zuchtje wind.
‘Wanneer is nou mijn kinderfeestje?’ had Broertje al maanden gevraagd.
Ik hield hem aan het lijntje.
‘Binnenkort. Dat gaan we bekijken. Het gaat echt gebeuren, hoor. Even afwachten…’ Midden in een slepend en onzeker afscheid van mijn vader liet ik mijn zoon maar zo’n beetje voort pruttelen.

‘Is mijn feestje dan pas als Opa dood is?’
Tranen prikken. Soms denk je een kind te kunnen misleiden. Voor zijn eigen bestwil. Met zalvende woorden en holle beweringen, denk je de situatie te kunnen verzachten. Plots weet ik, dat ik enkel en alleen mezelf misleid.
Nog met weinig succes ook.

Zes jaar jong. Hij weet precies wat er speelt en is minder bang dan ik, om er woorden aan te geven. Precies de juiste woorden, want binnen drie dagen regel ik een feestje voor hem.

Verdriet en plezier. Het één doet niet veel af aan het ander bij een kind.
Het bestaat naast elkaar, door elkaar. Is niet allesoverheersend.
Ik kijk ernaar en volg het voorbeeld.

Opgelaten smeedt Broertje plannen voor zijn feest.
‘Het moet een verkleedfeest worden. Ik wil een speurtocht doen. De hele klas moet komen. Wie het mooiste cadeau geeft, mag mijn dienaar zijn.’
Op het plein bespeur ik zenuwen bij zijn vrienden. Het laatste onzinnige idee wordt heel serieus genomen.

Een joelende bult kinderen rent wanordelijk door de tuin. Ik zie een deftige dame, een ridder, twee indianen en Superman. Een piraat hijst plechtig de vlag.

Zwart met schedel. Een rare vlag in een rare tijd.
Toch hangt hij er nu nog. Als symbool van een kinderlijk lichtvoetige benadering, van de grote zaken des levens. Precies wat ik nodig heb.

 

Meer MMMerel? Klik hier.

Foto: privébezit