Drie centimeter bilspleet

Ik ben wel de laatste die zichzelf een geëmancipeerde vrouw mag noemen. Ik denk al gauw: ‘Daar moet ik even een mannetje voor regelen’. Ik had ooit een kat van zes kilo en dat is tevens de graadmeter voor tilwerk. Zwaarder dan wijlen Pico is te zwaar voor mij.

Lui wijf
Vorig jaar zette ik mijn eigen mannetje zelfs aan het werk om oude meubels op te kopen zodat ik deze kon restaureren. Toen ik erachter kwam dat het niet alleen een kwestie was van een likje verf (schuren, eerste laag grondverf, tweede laag grondverf, verven, lakken), hield ik het al gauw voor gezien. Wat een gedoe. Zodoende staat de schuur vol met meubels en werd ik daar laatst pijnlijk aan herinnerd door vriendlief, toen ik laatst dolenthousiast door de Ikea draafde.

Zo dood als een pier
De beste vriend van mijn vriend (die van de vette reet), heeft laatst zijn complete tuin overhoop getrokken. De puinhoop van jewelste moest binnen twee weken omgetoverd worden tot een prachtige tuin inclusief schuttingen, een vlonder, een haard, een overkapping en een zelfgemaakte tuinset. Normaal gesproken houd ik me verre van dit soort klussen, maar ik kon de ravage niet aanzien en besloot een handje te helpen. Zijn gras was een halve meter lang en zo dood als een pier. Niets meer aan te redden. Het enige nuttige werktuig wat voor handen was, was een schep. Vol goede moed zet ik de schep in het rampgebied.

Spit van het spitten
Ik heb de klauwen zwart, de voeten zwart, de kop zwart en een beginnende spit van het spitten en ik schuw niets meer. Pissebedden, duizendpoten, spinnen, wormen en larven vliegen in het rond terwijl ik de tuin ontdoe van alles wat dood is. Ik heb nauwelijks in de gaten dat de vader van de eigenaar van de tuin in kwestie me al een tijdje nauwlettend in de gaten houdt.

Hij: ‘Het is geen vrouwenwerk he?’
Ik: ‘Maar kijk me gaan!’
Hij: ‘Ho, dat kun je beter niet zelf tillen!’
Ik: ‘Let maar eens op.’
Hij: ‘Tja, nu kun je niet verder he?’
Ik: ‘Ik stop niet voor een paar stenen’
Hij: ‘Oh, dat kun je maar beter niet beuren.’
Ik: ‘Wat kan ik beter niet doen?’ (Terwijl ik een volle kruiwagen versleep.)
Hij: ‘Eh… tillen.’

Mannenwerk
Terwijl de mannen met de overkapping bezig zijn hoor ik ze regelmatig naar me fluiten. Vinden ze dat nu geil? Ik heb het zweet centimeters dik op mijn rug staan, ik zit onder de modder, ik stink als een bunzing en geloof het of niet, ik voel spierballen groeien. Eén ding is zeker, mijn schep en ik vormen een allerminst charmant plaatje. Na de zoveelste keer fluiten trek ik mijn wenkbrauwen op.
‘Drie centimeter bilspleet!’ verklaart vriend. Aha, vrouwenbillen en gefluit. Sommige zaken blijven uitsluitend weg gelegd voor mannen.

© Beeld: privébezit