Mijn space-ervaringen op drugsfeestjes

drugsfeestjes

Hoeveel milligram MDMA zit er eigenlijk in die pil? ‘185.’ ‘HONDERDVIJVENTACHTIG? Ik heb net een hele genomen..’. ‘Oh fuck, haha… dan zal je het zo wel merken. Gewoon rustig blijven, geniet van de muziek. Wil je een beetje sos?’ Gedachteloos open ik het envelopje, schep een punt op een sleutel en rag de bittere substantie door mijn neus. De technobeats dreunen door mijn hoofd en het voelt best lekker. Ik haal wat flesjes drinken voor iedereen. Terwijl ik naar de bar loop, voel ik mijn benen tintelen. Het lijkt alsof ik over matrassen loop, alsof de vloer zacht is. Het is fijn hier in deze overvolle kelder. Ik heb het warm. Mijn handen zijn klam. Er praat een ‘dude’ met een knotje tegen me, maar ik hoor het niet echt. Ik heb geen zin in hem. Ik moet water hebben en neem snel grote slokken uit mijn flesje. ‘Ik ga even zitten, hij slaat in als een bom’, zegt een van mijn vrienden en hij gaat op een betonnen bankje zitten.

Pupillen zo groot als dropjes
Ik herken dit gevoel, maar meestal is het niet zo heftig. Ik zie dat de rest van het groepje lekker gaat, maar mijn lichaam kan de hoeveelheid MDMA niet verdragen. Ik stort neer naast de vriend op het bankje. ‘Pfff, heftig he?’. ‘Jaaa’, zeg ik, terwijl mijn kaken zich aanspannen en ik klappertandend naast hem lig. ‘Zooo lekker.’ ‘Ja zooo lekker.’ We blijven uren liggen, tot ik voel dat ik weer een beetje helder word. Mmm, die space was lekker. Ik wil nog meer. Het groepje komt ons opzoeken en ik krijg een halfje in mijn mond geduwd. Ik heb nog geen kwartier nodig voor ik weer in een space beland. De vriend naast me heeft pupillen zo groot als kokindjesdrop. Maar die kerel naast hem lijkt op een zombie. Letterlijk. Wacht een zombie, dat is gek. Ik kijk om me heen. Er zwaait iemand van achter een raam naar me, ik loop er naartoe, maar er staat niemand. Waarom zit iedereen op de dansvloer? Hmm, zal wel een grap van de DJ zijn. Huh, ze zitten niet. Wow, haha. Space. Het lijkt alsof alle feestgangers zombie-outfits aanhebben en af en toe hun ogen eruit vallen. Dit is niet echt, maar raar is het wel.

Alles lijkt 2D
‘We gaan.’ ‘Nu al?’, vraag ik. ‘Ja kom, snortaxi staat al voor op ons te wachten.’ Ik strompel achter het groepje aan. ‘Kesjemalle mallerakki’. ‘Wat zeg je nou, doe niet zo raar’. Wow, ik ga echt heel erg hard. Ik besluit m’n mond te houden en te wachten tot het spul uitwerkt. We rijden met de taxi naar huis, wat moet de chauffeur wel niet van ons denken. ‘Hey, hoe kom je aan die zonnebril?’. ‘Welke zonnebril?’. ‘Hij zit in je haar, bovenop je hoofd’. ‘Nee hoor kijk maar’. Hij wrijft door zijn haar, waarop een vriend antwoord ‘haha, het leek echt. Wow’. Ik probeer mee te lachen omdat ik het herkenbaar vind, maar er staan steeds drangrekken en mensen voor de auto, waar ik me op moet concentreren. Buiten lijkt alles 2D.
De volgende ochtend voel ik – behalve de zere kaken die ik heb – me rot. Ik realiseer me hoe erg ik de weg kwijt was. Dat mijn grenzen compleet vervaagd waren. Dat ik de hele avond hallucinerend op een bank heb gelegen. Zo wil je toch niet zijn? Junk. Ik neem geen pillen meer en ook geen coke. Überhaupt geen drugs. Never. Nooit meer. Het feest is over. Back to life, back to reality.

Foto credits: Veronica Munox