Femke probeert zichzelf te blijven – deel 6: Hoe weet je of je een moeder bent?

femke

Een paar dagen na de bevalling van Seth reed ik met mijn moeder naar het ziekenhuis voor een controle aan mijn ‘onderkantje’, zoals we dat thuis ineens waren gaan noemen nadat een verpleger my first lady veelvuldig zo had aangesproken. Van veel lady was in die eerste week na de ‘uitdrijving’ (ook zo’n heerlijke term), niet veel sprake, dus onderkantje voldeed prima for the time being.

“Hoe hoor je je eigenlijk te voelen als moeder?” vroeg ik mijn moeder onderweg naar het hospitaal. Toen Seth op mijn buik gelegd werd, was mijn eerste gedachte: huh, zie je er zo uit? Ik had me ingesteld op een soort mini-me of mini-Niek, maar het idee dat hij eruit zou zien als een individu had zich niet in mijn brein genesteld. Het blonde tapijt met krullen lag zacht op zijn hoofd, hij was prachtig. Sinds ie eruit was, week hij niet van mijn zijde. Mijn ogen konden niet stoppen hem te zien. Hij was, hoe laat of vroeg ook, altijd een reden om opgewekt wakker te worden.
“Dat weet ik niet. Dat duurt even. Dat moet groeien,” antwoordde mijn moeder.
“Maar hóé voelt dat, moeder zijn?”
Mijn moeder lachte. “Dat voel je wel.”
“Zeker weten?” vroeg ik nog. Want waren er niet vrouwen die alles meteen intens voelden stromen?

Mijn ouders daarentegen hadden de opa en oma-knop direct aangezet na de eerste ontmoeting met Seth. Mijn vader parkeerde de auto niet meer, maar zette mijn moeder altijd eerst voor de deur af. Die dan haar hoofd als een gazelle uit het raam stak. “Waar is mijn kleinzoon?” Ze zette een galop in, in een rechte lijn en nestelde Seth op haar borst. Waar hij de komende uren niet weg te slaan was. In week 2 kletste mijn vader hem met Joost van de Vondel in slaap, en mij vervolgens ook.

Nu Seth wat ouder is, facetimen mijn ouders en Seth een paar keer per week (dit wegens Groningse afstanden). Tong uitsteken, kiekeboe, klap eens in je handjes. De wereld is nooit te klein voor deze drie. Als ze nu aan komen rijden, gilt Seth door het glas: “Ooooooooooooo,” naar mijn moeder. “Ooooooooooo-pah,” naar mijn vader.
“Oma’s manneke!” gilt mijn moeder terug.
“Opa heeft je zo gemist!” gilt mijn bourgondische vader, die ook regelmatig liedjes verzint. Mijn moeder en Seth hebben hele conversaties in Seths verzonnen taal. Mijn vader is regelmatig een fanfare. Of ze gooien brood in de lucht naar de meeuwen.

Vorig weekend is ook de griep met de hoge koorts ons huis binnengelopen. Na twee dagen bel ik mijn moeder. “Kunnen jullie alsjeblieft komen helpen?” want ik voel het snot inmiddels ook naar mijn eigen kop stijgen.
Die nacht word ik met een schrik wakker. Seths bed is leeg. Ik sluip naar de logeerkamer.

Daar liggen ze: Seth tussen Ooooooo en Ooooo-pah in. Olifantje stevig tussen zijn armen ingeklemd, zijn blonde krullen gedrapeerd op het kussen tussen mijn vader en moeder.
En dan voel ik het, tot in mijn tenen.
Dat moeder-zijn was stiekem onder mijn huid gekropen. Kippenvel verovert mijn lijf.
(En dan nies ik. En niemand wordt wakker.)


Femke (35) is freelance journalist. Je kent haar van VIVA, en nu blogt ze ook om de week voor VIVA MAMA. Ze heeft een relatie met Niek (39) en samen hebben ze zoon Seth (1).

Lees ook:

Femke probeert zichzelf te blijven – deel 1: Kots
Femke probeert zichzelf te blijven – deel 2: Waarom ik nooit meer nee wil zeggen
Femke probeert zichzelf te blijven – deel 3: Of je je kind even thuis kunt laten
Femke probeert zichzelf te blijven – deel 4: Waarom zijn eerste verjaardag vieren?
Femke probeert zichzelf te blijven – deel 5: K3?! Zo heb ik je toch niet opgevoed?

Beeld: Maaike van Haaster