Festivalplasjes

Ik heb een beetje moeite met baby’s en kleine kinderen op muziekfestivals. Zie je zo’n kleintje tussen de lege bierglazen rondscharrelen, volledig gedesorienteerd tussen het lallende festivalpubliek en de dreunende bassen. “Hij is zó makkelijk,” verkondigt zijn aangeschoten moeder trots, “we nemen Rover overal mee naartoe.”

Laat Rover lekker bij een oppas, denk ik dan. Ik ben allergisch voor ouders die hun kind overal mee naartoe nemen. Laatst was ik op een barbecue waar ik bij binnenkomst een slapend 3-jarig meisje onder de kapstok aantrof. Op een stenen vloer. Haar ouders zaten in de tuin op te scheppen over het feit dat hun leven nauwelijks was veranderd door de komst van hun dochter. Ik krijg daar helemaal geen wat-zijn-we-toch-lekker-onszelf-gebleven-gevoel bij. Doe even normaal en leg je kind lekker in bed. Please.

Ik vind het zelf een hele heisa om mijn kinderen overal mee naartoe te nemen. Soms wil ik juist niet zorgen en opletten, maar zelf even ongestoord een biertje drinken en bijpraten. Met mijn DNA erbij blijf ik toch opletten, billen verschonen, brandjes blussen en de cateraar uithangen.

En heus, naar familiedingen of goede vrienden nemen we de meiden natuurlijk wel mee. Maar dan gaan we wel op tijd naar huis. Saai? Nee. Wel praktisch. En met twee lieve oppassen in de straat loopt ons sociale leven prima door.

Vorige week maakte ik een uitzondering wat betreft de festivals. Getooid met twee knalroze gehoorbeschermers gingen Elke (4,5) en Katja (2,5) mee naar ‘Papa’s werk’. Alsof ze nooit wat te eten kregen vielen de meiden backstage aan op een bak nootjes. Daarna waren de waterflesjes aan de beurt. Samen dronken ze er drie leeg. Het uur daarna gingen we vier keer naar de wc-keet om te plassen. Katja vond het kleine wc-hokje prachtig.

Ademloos zaten ze naast het podium op de grond naar Papa en al die mensen te kijken. Sommige liedjes herkenden ze: “Hee, deze is ook van Papa’s werk,” zei Elke, terwijl ze haar vingertje opstak. Enthousiast zwaaiden ze naar hun vader, die regelmatig trots opzij keek.

Na een half uurtje moest Katja weer plassen. En Elke “zou wel een nootje lusten”. De rest van de show keek ik backstage op een televisiescherm terwijl Elke en Katja flesjes water leegdronken en nootjes aten. Eenmaal thuis bij het slapengaan was ik benieuwd of zo’n festival voor de kinderen nou een niet te missen ervaring was geweest. Wat vonden ze het leukste? “Papa’s muziek,” zei Elke zonder aarzeling. Bij Katja lag dat anders: “Wc-keet,” zei ze glunderend.

Beeld: © Nike Martens