Fleurs column: Boodschappen

Ik had de Kameel een volle week alleen thuisgelaten, omdat ik een continent verder even bezig was met andere dingen, zoals spookrijden in het centrum van Montréal.
Maar aan alle mooie dingen komt een eind en dus echode op een eenzame ochtend mijn rolkoffer door de Haarlemse straten, terwijl ik me alvast verkneukelde over wat ik straks thuis zou aantreffen. De Kameel is namelijk een zeer enthousiaste deelnemer aan het huishouden, alleen doet hij alles nogal op zijn eigen manier. Een ráre manier, maar goed, laat ik daar niet te veel over uitweiden. Ik heb hem op deze plek al genoeg beschimpt omtrent zijn wasinzicht (nihil) en vouwtechnieken (uniek). Hoe dan ook is het geheel bijzonder vermakelijk, dus ik stak blij de sleutel in het slot.

Daar stond de Kameel, in de keuken, en er volgde een warm weerzien en een ‘hoe was het?’ Zo’n 
typische post-vakantievraag waarop een eenduidig antwoord vrijwel onmogelijk is, maar ik deed mijn best met ‘geweldig!’, ‘alleen maar gegierd!’, ‘spookgereden!’, ‘accu leeg in de middle of nowhere en toen Canadeze hangjongeren gecharterd met startkabels! Bleek die accu helemaal niet leeg! Moest ik gewoon m’n voet op de rem houden!’

Daarna was de beurt aan de Kameel, die hard 
gewerkt had, en – nu kwam het – óók in het huishouden. Hij liep naar de grote plant die we sinds kort in leven proberen te houden. Tropical Henk, 
zo heet hij, stond er nog patent bij. “Vrijdag drie bierglazen water gegeven! Precies zoals je zei!”

Ik zei: ‘Je bent zeker 
de melk vergeten?’ zo’n rotwijf ben ik helaas

“En kijk!” wees hij naar buiten. “Al het glas weg, vuilnis weg, alles.” Indrukwekkend, knikte ik, maar toen trok hij ook nog eens de la met theedoeken open. Daar lag alles keurig op stapeltjes, gevouwen op míjn 
manier. Het was van een ontroerende schoonheid allemaal, maar de Kameel was nog niet klaar.“En,” zei hij. “Ik heb boodschappen gedaan.” Hij trok de volgende la open. “Koffiebonen. Een kílo. Ik dacht, dan hebben we een voorraadje.”Ik was nu in een staat waarin ik met natte lappen bijeengebracht moest worden. Anticiperen op boodschappen: dit ging te ver. Dat kán die lieverd helemaal niet. Dat kan ik alleen. “Ja, maar dan ben je natuurlijk vergeten melk voor de cappu…,” begon ik, want zo’n rotwijf ben ik helaas. “Hier,” onderbrak hij. “Melk voor de cappuccino. Vólle.”

“Jahaa, ik kan het dus óók.” Ik zag nu inderdaad ook de fruitschaal. Vol met zaken die ik er permanent in moet hebben liggen om mijn geestesrust te bewaren. Citroenen. Limoenen. Sinaasappels. Bananen. Dit was ongekend.
“En voor maandag en dinsdag heb ik ook alvast wat dingen gehaald.” Trots ging hij me voor naar de koelkast en stalde de aankopen uit op het aanrecht. Naar mij staarden: A. een hele fazant. B. een enorme hazenbout en C. een Chinese kool.
“Ja,” zei hij. “Ik zag ze liggen en dacht: is dat niet 
lekker? Daar kunnen we wel wat mee.”
“Tuurlijk,” proestte ik.
Ik kon weer opgelucht ademhalen. En ik had hem écht gemist.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Buurtsuper
Wasoorlog
Vragen aan Jezus
Leegtes
De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed
Trash-tv
Zelfhulpthriller
In de kou
Doomsday
Hallo
IPB