Fleurs column: Freelancen

Een halfjaar alweer, bedenk ik me net. Een halfjaar sinds ook ik toetrad tot het diersoort dat men in het wild vooral aantreft tussen macraméhangplanten in lichte ruimtes, waar ze vanachter een BTW-aftrekbare laptop met moeilijke blik en melkschuimsnor aan hun eigen biotoop bouwen. De ZZP’er, kortom.

Al prefereer ik gewoon het ouderwetse ‘freelance’; dat klinkt zo licht en zwierig, alsof het helemaal geen moeite kost. Dat kost het natuurlijk wél, maar de zaken gaan de goede kant op hoor, geen zorgen. En daarbij: vakantiedagen zijn nooit een probleem bij de baas. Kapper, boodschappen of een scenariocursusje ook niet 
en uitslapen mag – mits in overleg. Vrijheid! Zálig. Jammer alleen dat het niet helemáál waar is.

Als ik iets heb geleerd, 
is het dat er af en 
toe een paniekaanval bij hoort

Kijk maar eens goed naar al die latte slempende creatives onder de krijtborden als er, zeg, buiten een straatveegkarretje voorbijkomt. Dan verschuiven ze direct op hun vintage schoolstoeltjes en kijken met een jaloerse blik naar buiten. Ga je lekker daar in je karretje? Met je ‘iets waarlijk nuttigs doen voor deze maatschappij’. En dan straks weer gewoon naar huis zeker? Lekker met de pootjes omhoog en niets meer aan ’t hoofd? Sint Salarius opwachten aan het einde van de maand? Aansteller. Ik wil ook eens in dat karretje.

Sindsdien werk ik dus gewoon thuis, maar daar ben 
ik ook niet helemaal veilig. Als ik iets heb geleerd van zes maanden freelancen,
 is het dat daar af en toe een freelance paniekaanval bij hoort. De freelance paniekaanval gaat ongeveer als volgt. Ik zit achter m’n aftrekbare laptop met melksnor en poes half op het toetsenbord te wachten tot mijn 
verre van loyale werknemers Inspiratie en Daadkracht komen opdagen. Ze bellen vervolgens dat ze nog éven vaststaan op de A9 en liegen er daarna een crematie aan vast, en dan begint het.

“Ik kán dit helemaal niet.”
“Ik kan voorlopig ook geen hypotheek meer krijgen.”
“En wat nou als ik ziek word?”
“Zeg maar écht ziek?”
“Dan verdien ik níets meer.”

En als je als journalist dan toevallig ook nog wat engeziektenstatistieken uit je hoofd kent én de absurde premies om je daartegen te verzekeren, is het weer eens tijd om een lange, hete douche te nemen. Wat weer zielig is voor de poolkappen, maar meestal wel helpt, tenzij ik ook nog aan pensioenen ga denken.

Maar daarna schuif ik toch maar weer aan de keukentafel, trek mijn werknemers Inspiratie 
en Daadkracht eroverheen, foeter ze uit tot ze luisteren. Of ik bel met mijn boekhouder, die de fijnste, meest geruststellende stem heeft die ik ken. Hij heeft ook een fijne, geruststellende snor en doet mijn financiën in een fijn, geruststellend kantoor, waar Storm, Edgar en Juffrouw Jannie ook werken. En dan komt het uiteindelijk toch elke keer weer goed.

Freedom’s just another word for nothing left to lose, nothing honey, nothing honey it ain’t free, no no. Zo is het, Janis Joplin, zo is het.
Zo is het voor ons allemaal. En dan ga ik nu maar eens lekker naar de kapper.
Mag van de baas.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Hallo
IPB
Boodschappen
Nomen est omen
Stukje experience
Woorddiarree
Slijpen
Winaars van de nacht
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown
Der club
Henk
Jazz
Weemoed
Schnapps und tabletten