Fleur Meijer: ‘We houden een bed-in, net als John en Yoko!’

Column Fleur Meijer

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Omdat ik nu eenmaal van clichés aan elkaar hang, ga ook ik begin januari het liefst opgekruld in de garderobekast liggen, stevig dichtgeritst in een vocht- en vuilafstotende hoes. Af en toe een handje kalmeringstabletten, en dan weer opengeritst worden in april: ik vind het nog steeds geen gekke optie. Helaas was de Kameel daar, ondanks deze minimale mantelzorg, ook dit jaar niet voor te porren. ‘Goed,’ zei ik. ‘Maar dan wil ik wel weg. Nu.’

Ik zette in op de Seychellen. Het werd Mechelen. Maar om een of andere reden – ik geef Henk Westbroek en Het Goede Doel de schuld – denk je dan toch dat in België januari wél draaglijk is, of dat het er in elk geval een stuk minder grauw en grijs is dan in Nederland. Dit bleek een misvatting. Het was er godbetert nog een paar tandjes grauwer en grijzer. Wat zeg ik: het was een spookstad. De Kameel en ik wandelden door vrijwel lege straten, langs dichte winkels, cafés en restaurants. Ik begon te vermoeden dat het alleen nog gezellig was in de Mechelse garderobekasten. Gelukkig was er nog een grote kathedraal. Met relikwieën. En van een goede kathedraal, en relieken in het bijzonder, knap ik altijd op, dus we liepen erheen. ‘Ze hebben hier de schedel van de Heilige Ursula! En van haar 11.000 dienstmaagden!’ ratelde ik reeds opgewekt. Maar nog voor ik de Kameel gerust kon stellen dat er heus geen 11.001 schedels lagen maar gewoon een páár, zag ik van een afstand al dat zelfs de Heer Zijn huis voor ons gesloten had.

‘Godver,’ zei ik. ‘Eten en drinken dan maar,’ zei de Kameel. ‘Als dat lukt.’ Na flink wat dwalen en aan dichte deuren rammelen, lukte dat. ‘En nu?’ zei ik tegen de Kameel. We keken in ons lege glas, door het lege restaurant, uit op het lege plein. ‘Naar het hotel dan maar?’ ‘Ja,’ zei ik. Even later zaten we op een heel zacht hotelbed. Spectre was op tv, wat we volgens de Kameel, ’s werelds grootste Bondfan, toch wel als een soort goddelijke interventie mochten beschouwen. Nu was het hotel ooit een klooster, dus dat zou best kunnen. En ineens had ook ik dé ingeving. Ik begon woest door de hotelpaperassen te spitten en zocht én vond mijn heilige graal: een deurhanger waarop je alles van het ontbijtbuffet kon aankruisen om de volgende dag op je kamer te laten bezorgen. ‘Vanaf nu houden wij een bed-in,’ riep ik. ‘Net als John en Yoko! Voor de vrede!’ Daarna kruiste ik alle vakjes aan van het ontbijtbuffet. Want nou ja, we deden het óók voor het vreten. We lieten nog een fles wijn op de kamer aanrukken, vielen in slaap, en werden wakker van een bescheiden klopje op de deur. En daar kwam, net als in de film, een trolley binnengereden, met daarop twee grote zilveren dienbladen met de fijnste overvloed die ik ooit had gezien, allemaal in porseleinen schaaltjes en zilveren mandjes. Ik gooide alvast wat cupjes boter en smeerkaas in mijn koffer. Gewoon, als relikwie.

Fleurs column is afkomstig uit VIVA 3-2019. Deze editie ligt t/m 22 januari in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«