Fleur Meijer: ‘Het hongerige saleswelpje was al begonnen aan een verhaal waar ik weinig van ging meekrijgen’

Column Fleur Meijer

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Goed, ik had nu mijn jas, mijn broek, vier pulli’s, thermisch ondergoed, een aantal bijzonder 
onooglijke sokken en een skibril die nog van Derrick was geweest. Maar hé. Ik had geen handschoenen. O. Dus zo kwam het dat ik niet veel later in een outdoorsportswinkel stond. Zo’n winkel voor mensen die graag hardop zeggen dat er niet zoiets bestaat als slecht weer, alleen maar slechte kleding. Die openlijk geilen op code rood, gletsjerspleten, rotswanden en Elfstedentochten.Mensen voor wie je moet oppassen, kortom. Mensen voor wie trouwens ook belachelijk veel hand-schoenen worden gemaakt. Het assortiment besloeg een grote, hoge wand. Ik stond er wat naar te staren. ‘Kan ik u adviseren in uw keuze?’ klonk er ineens naast me. Hij was hooguit zeventien, met kort rood haar en een lang, ernstig gezicht dat in alles uitstraalde hoezeer hij – ja, sorry – van wanten wist. ‘Ik zoek handschoenen,’ antwoordde 
ik geheel ten overvloede. ‘Ik ga skiën.’ Het knaapje gaf een klein knikje, nam een ademteug, sloeg 
de handen even ineen en pakte met een zwierig gebaar een paar handschoenen uit het rek. ‘Dan 
wil ik u eerst even deze van Hestra laten zien. 
De beste die we in huis hebben,’ sprak hij. Ik zag 
in een nanoseconde dat ik deze handschoenen afgrijselijk lelijk vond, en ze alleen zou overwegen als ik binnenkort een maanlanding dan wel een optreden als Mickey Mouse had. Helaas was ik een nanoseconde te laat. Dit 
hongerige saleswelpje was al begonnen aan een verhaal waar ik weinig van ging meekrijgen omdat 
ik te hard zoekende was naar manieren om hem in godsnaam te laten stoppen. Hij demonstreerde inmiddels al de unieke eigenschappen van deze handschoen door er nog een handschoen uit te halen. Die je kon wassen, wat wel zo fris was als je bedenkt hoeveel vocht je loslaat, en ook ongekende grip biedt. Ik knipperde onderwijl wat met mijn ogen. Deed mijn mond open om iets te zeggen. Werd direct weer gesnoerd. Hij ging nu over op gore-tex. ‘Ah, hmm,’ deed ik, en draaide intussen zo nonchalant mogelijk het prijskaartje om. Mijn mond ging weer open. ‘Jezus!’ kwam eruit. Hij keek me verstoord aan.

‘Ik eh… vind 170 euro voor een paar handschoenen wel érg veel,’ zei ik.

Hij beaamde dat er inderdaad een prijskaartje aan hing. Daarna ging hij weer keihard voort op gore-tex. ‘Ik vind ze ook heel erg lelijk!’ riep ik. ‘Allemaal!’ ‘Tja,’ zei hij, nu met een meesmuilend glimlachje. ‘Als u de piste een plek vindt om móói op te zijn…’ ‘Nou, liever wel ja,’ zei ik, en griste een ander paar van het rek. Zwart, zacht, warm, perfect passend. ‘Die hebben geen gore-tex,’ zei hij met onverholen minachting. ‘Maar het blijft natuurlijk úw keuze.’ ‘Ik doe deze.’ Zeventig euro: óók nogal een prijskaartje, maar in feite een koopje om van deze retailsnotneus af te komen. Bevrijd wandelde ik naar de kassa.
En, zoals dat gaat, trok ik thuis een la open en 
vond een zwarte paar zachte, warme handschoenen.
Zónder gore-tex. Dus al met al was het een 
goede dag.

Fleurs column is afkomstig uit VIVA 5-2019. Deze editie ligt t/m 5 februari in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«