Fleur Meijer: Ach, dat heerlijk zoeven over ’s Heren wegen, wie wil dat nou níét?

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

‘En? Hoe ging de generale repetitie?’ vroeg ik, de was opvouwend, toen de Kameel binnenkwam. 
Hij had zojuist zijn laatste rijles gehad. Morgen examen. Spannend hoor. Hij bleef er maar extreem nonchalant over doen, wat hand in hand gaat met zijn talent voor suspense. ‘Nou?’ De Kameel haalde een hand door zijn haar. ‘Goed,’ grijnsde hij. ‘Ik ben geslaagd.’ Ik liet de stapel was vallen en vulde de minuten erna met luide kreten, omhelzingen en lul-hoezo-heb-je-niks-gezégd!?-verwijten.
‘Nou, precies hierom dus,’ zei hij.


‘Ik ga taart halen!’ joelde ik, mijn tas pakkend. ‘En champagne!’

Maar dat hoefde niet. Hij ging zo door naar kantoor.
‘Maar eerst naar het gemeentehuis om je rijbewijs aan te vragen, toch?’ 
‘Nee,’ zei hij. ‘Geen tijd. Komt van de week wel.’
‘Maar wel op tijd voor Texel, hè? Jij rijdt ons volgende week die boot op!’ riep ik, nog steeds stuiterend. Een nieuw tijdperk was aangebroken. ‘Ja. Ja hoor. Ik rij naar Texel,’ zei hij, weer gekmakend nonchalant.
En jaha, tuurlijk was hij blij dat hij geslaagd was. Nieuw tijdperk, ja, ja. Leuk, ja. Nou, tot vanavond!
De rest van de middag probeerde ik te begrijpen waarom de Kameel toch zo anders was dan ik. 
Toen ik mijn rijbewijs haalde, in één keer ook nog, dwars tegen alle lopende ‘dat wordt staatsexamen’-weddenschappen in, fietste ik op wolken direct van het CBR naar het gemeentehuis.

En toen ik na een veel te lange week eindelijk dat roze pasje in handen kreeg, veranderde ik in een lispelende junk, almaar op zoek naar auto’s om te bietsen.

Ach, dat heerlijk zoeven over ’s Heren wegen, die ultieme samen-smelting tussen mens en machine met de muziek heel hard aan: wie wil dat nou níét? Ik kon niet wachten de Kameel zo te zien.
Een week later zat hij zwijgend in de tuin. Ik wierp hem de sleutel toe. ‘We gaan! Ben je er klaar voor?’ tsjilpte ik zonnig. Even later was ik getuige van het beeld dat al zo lang in mijn hoofd zat. De Kameel, plaatsnemend achter het stuur. Ernstig stelde hij de spiegels af. Daarna keek hij me aan met een blik waarin nonchalance ver te zoeken was. ‘Je kan het!’ zei ik. ‘Kom op, start de auto en zet ’m in z’n achteruit!’
Het volgende beeld waar ik getuige van was: de dop van de versnellingspook die door de auto vloog. 
‘Hoe krijg je dát voor elkaar?’ ‘Ik weet het niet,’ zei hij. Ik schroefde hem er weer op. ‘Nog een keer.’ En zo gingen we, in z’n een, richting, in z’n twee, 
kachelend door de straat, de hoek om. ‘Gaat goed,’ zei ik. ‘Je doet het heel goed.’
En dat bleef ik zeggen. Want hij deed het ook goed. Af en toe keek ik naar zijn witte knokkels en voelde ik aan z’n arm. ‘Ontspan!’ zalfde ik. ‘Ik doe m’n best!’ riep hij. ‘En mag die muziek zachter?’
Twee uur later stapte de Kameel de auto uit, Texelse grond onder zijn voeten. Hij liet een grote hap lucht los.
‘Rij jij terug, alsjeblieft?’ vroeg hij nonchalant.

Deze blog van Fleur komt uit VIVA-38-2019. Dit nummer ligt t/m 24 september in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«

Foto: Natasja Noordervliet