Fleurs column: ‘Dit toneelstuk is gewoon kút’

Akte 1: Culturele zelfgenoegzaamheid

Nee, het is goed dat ik hier zit. Het werd tijd, na vijftien jaar. Dit stuk gaat iets zeggen over wat het betekent om mens te zijn. Wilde ik toevallig net weten. En ik ben ouder, wijzer, en ga nu heus niet de hele avond aan garderobebonnetjes denken. Of aan een pan sudderlapjes. Of aan alle ironische kringloopbloezen en hoekige brilmonturen in de zaal. Hoort dat bij Hochkultur? Blijkbaar. Maar daar ga ik dus niet aan denken. O, het begint. Concentreer. Ah, een vampier met een existentiële monoloog. Kapitalisme, consumptiemaatschappij, leven om te sterven. En een valse piano. Nee, interessant, goed dat ik hier zit. Ik neem een Smint. Voor een frisse theateradem. Hé. Waar is mijn garderobebonnetje?

Akte 2: Culturele zelftwijfel

Niet weer. Nee, niet weer. Ik ben hier echt te dom voor. Wat erg. Waarom kan ik niet gewoon een toneelminnend mens zijn? Ik ben natuurlijk weer de enige die niet begrijpt hoe diep en moverend dit allemaal is. Moet ik straks weer in de foyer gaan doen alsof ook ik zojuist de katalyserende werking van een in lood gegoten schreeuw heb aanschouwd. Ik had beter moeten weten na die ene Hamlet op house. Of die keer dat er mannen ondersteboven in roestige olievaten hingen, wat symbool stond voor dingen. Ik haat mezelf. En wáár is dat garderobebonnetje?

Akte 3: Culturele claustrofobie

O wat heerlijk. O wat fijn. Vier mensen weggelopen. Ik ben niet alleen. De Kameel legde net zelfs kreunend zijn hoofd in z’n schoot. Er is een God. Dit toneelstuk is gewoon kút. Ik wil ook weg. Haal me hier weg. Maar ik kan niet weg. Ik zit in het midden. Waarom zit ik in het midden? Rustig ademhalen. Uitzitten. Garderobebonnetjes. Sudderlapjes.

Akte 4: De catharsis van woede

Ánderhalf uur. Ik zit verdomme al ánderhalf uur naar deze pretentieuze, incestueuze búllshit te kijken. Dit is wat er dus gebeurt als je een groep vers afgestudeerde toneelschoolmillennials de vrije hand geeft. Weet je, ik ga ook experimenteel theater maken. Laat ik naakte bejaarden elkaar insmeren met garnalenkroketten terwijl het discodip regent en Abel een operetteversie van Onderweg zingt. Quotejes van Camus en Heidegger erbij en hatsekidee: ik zeg iets over wat het betekent om mens te zijn. Wedden dat er brilmonturen zijn die erin trappen? Wédden?

Akte 5: De empathische paradox

Nóg vier mensen opgestapt. En er záten er al zo weinig. Ze gaan er steeds harder van schreeuwen, lijkt wel. Zij zijn natuurlijk ook maar slachtoffer van een slecht idee. En eerlijk is eerlijk: ze hebben alles gegeven. Na afloop gaan ze misschien wel allemaal aan de coke om deze egoklap op te vangen. En acteurs verdienen al zo weinig. Nee, dit is zielig.

Akte 6: Het opluchtapplaus

Het doek. Mocht ook weleens na twee uur, hè jongens? Nou ja, er was tenminste nog bloed en een valse piano. Nu lekker wijn in de foyer. En dan een pretentieuze monoloog houden over wat het betekent om cultuurbarbaar te zijn.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma
Whatsapp
Verdriet
Zindelijk worden
Escape room
Pop-a-holic
Haarlem
De kluts kwijt zijn
geboortekaartjesetiquette