Fleur Meijer: ‘Hoe het er precies uitzag, wij samen op die glijbaan, kan ik niet zo goed navertellen’

Fleur Meijer

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Mijn zus was terug van vakantie. De auto en het grootste deel van de bagage had ze moeten achter-laten, maar man, kinderen en een intense haat jegens alles wat Frans was had ze mee teruggenomen. Daar wilde ik uiteraard het fijne van weten.
‘Ik kom wel naar jou,’ appte ik. ‘Kan,’ zei mijn zus. ‘Maar ik heb de kinderen. En je weet hoe dat gaat zodra ze jou zien.’ Dat was waar. Ik zou begraven worden onder boekjes, brandweerauto’s en fimoklei, bij voorkeur nét op het moment dat mijn zus vertelde hoe ze een klantenservice-medewerker verbaal aan het scalperen was. Ik wist al dat ze haar zes uur lang hadden laten wachten op een verlaten industrieterrein in de brandende zon, zonder eten. Dus ze was in topvorm geweest, dat kon niet anders.

‘Met het opengaan van de liftdeuren zwol er een slecht afgestemd orkest van snerpende, gillende, joelende stemmen aan, tegen een bont-gekleurd decor van kooien, netten, ballen, matten, legostenen, gaten, trappen, ladders, glijbanen en trampolines’

En toen deed ik het voorstel. Ik was er nog nooit geweest, maar toch kwam het me voor als een goed idee. ‘Ja!’ appte mijn zus.
De volgende ochtend draaide ik mijn auto een duifgrijs industrieterrein op. Juichend wierpen de kinderen zich naar buiten en renden naar de lift. Ze kwamen hier vaker. ‘Je moet wel,’ zei mijn zus. ‘Anders ga je er op een gegeven moment aan onderdoor.’ Met het opengaan van de liftdeuren zwol er een slecht afgestemd orkest van snerpende, gillende, joelende stemmen aan, tegen een bont-gekleurd decor van kooien, netten, ballen, matten, legostenen, gaten, trappen, ladders, glijbanen en trampolines waar kinderen in, op, onder en tussen rolden, lagen, hingen, gleden, klommen en kropen.

‘Toen ik terugkwam met de latte macchiato’s, bleek mijn neefje kwijt. ‘O, die komt wel weer terug toch?’ probeerde ik. Maar zo werkt het niet met peuters zoals hij, hij mág nog helemaal niet zo hoog en je weet nooit, er hoeft maar één gek… gódver!’

Monkeytown: nee, daar is nou eens geen letter aan gelogen. ‘Wacht maar totdat je zelf kinderen hebt,’ zei mijn zus, en ze nam geroutineerd plaats op een van de hufterproof banken. Ik zag een jongetje op tafel staan. Hij leek op een jonge mandril en bekogelde zijn broertje, een resusaapje nog, met autootjes. Zijn moeder greep hem grommend bij zijn enkel. ‘Leuk hier,’ zei ik. ‘Koffie?’ ‘Lekker,’ zei mijn zus. ‘Doe maar de latte macchiato. Die is het minst goor. Gaan jullie nou maar lekker spelen jongens! Nee, wij niet. Wij komen zo mee spelen.’ Toen ik terugkwam met de latte macchiato’s, bleek mijn neefje kwijt. ‘O, die komt wel weer terug toch?’ probeerde ik. Maar zo werkt het niet met peuters zoals hij, hij mág nog helemaal niet zo hoog en je weet nooit, er hoeft maar één gek… gódver! Dus wurmden we ons tien minuten lang paniekerig tussen gaten en kieren door, zwommen in ballenbakken, klommen in ladders en uiteindelijk vond 
ik hem boven aan de allerhoogste glijbaan, gul schaterend. Ik gebaarde naar mijn zus, die opgelucht beneden stond. ‘Geef maar een handje,’ zei ik. Hoe het er precies uitzag, wij samen op die glijbaan, hand in hand, kan ik niet zo goed 
navertellen. Wel dat mijn neefje overdwars ging 
en ik recht, dat hij moest huilen en mijn zus zo hard moest lachen dat ze op de grond viel. ‘Maar vertel eens,’ zei ik. ‘Hoe was je vakantie?’  ‘Nou, precies zoals hier,’ zei ze.

Deze blog van Fleur komt uit VIVA-34-2019. Dit nummer ligt t/m 27 augustus in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«