Fleur Meijer: ‘Ik ga op jou passen vandaag, leuk hè?’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Zo’n drie jaar geleden belde mijn zusje. ‘Je gelooft het niet’, zei ze. ‘Het is een jongen.’ Daar moesten we allebei even van bijkomen. Niet dat we niet blij waren, integendeel. ‘Ik weet alleen niet hoe zo’n jongen wérkt!’, zei ze. Ik wist het ook niet precies. ‘Maar misschien identificeert hij zich meer met vrouwen’, stelde ik haar nog gerust.

Drie jaar later ging om acht uur ’s ochtends een voordeur open. ‘Trets!’, riep de inmiddels tweeënhalf jaar oude jongen, want zo heet ik in deze kringen. ‘Hé Sam!’, riep ik. ‘Ik ga op jou passen vandaag! Leuk hè?’ ‘Graafmachine’, zei Sam. Nog voor ik kon antwoorden – ik zou gaan voor ‘oké’ – rende hij naar binnen.

‘Graafmachine!’, klonk er vanuit de kamer. Daar zat hij, stralend achter een geel plastieken gevaarte. ‘Graafmachine.’ ‘Ja, prachtig!’, koerde ik. ‘Daar gaan we straks mee spelen.’ ‘Ja. Graafmachine’, knikte Sam. Hij wees nu op zijn trui. Die, zo zag ik nu pas, ruim voorzien was van graafmachines. ‘Graafmachine’, zei hij.

‘Sam wist wat hem te doen stond en reed de graafmachine voor’

De vader vertrok naar het werk, mijn al veel te grote nichtje, met wie ik altijd ‘boink’ (spring op bed, laat je vallen en zeg dan ‘boink’: ik zou er eigenlijk patent op moeten aanvragen) speelde, aardbeien en bloemkool voerde aan rondlopende krokodillen en dat ik keer op keer in een glazen kistje legde om als rouwende dwerg te betreuren, ging naar school. Sam en ik zwaaiden ze uit.

‘Kom Sam, we gaan spelen’, zei ik. Sam wist wat hem te doen stond en reed de graafmachine voor. Nadat we een file hadden gemaakt van respectievelijk een politieauto, ambulance, brandweerwagen, kiepauto en hijskraan, reed Sam eroverheen met de graafmachine. Hij lachte er gul bij. Ik pakte nog een kleine graafmachine uit de kist. ‘Kijk Sam’, probeerde ik. ‘En dan is dit de papagraafmachine, dit de babygraafmachine en dan gaan ze…’

‘Het bleken Franse graafmachines te zijn’

Sam liep weg. En hield halt voor de tv. ‘Die kijken!’ Hij wees naar een filmpje op Netflix. Een seconde later zag ik hoe vijf gekleurde graafmachines één voor één ballen uit een bak schepten. Het bleken Franse graafmachines. ‘Jaune’, zei de gele graafmachine. ‘Rouge’, zei de rode graafmachine. ‘Vert’, zei de groene graafmachine.

‘Kom, we gaan naar buiten!’, riep ik maar. ‘Ja!’, zei Sam. ‘Graafmachine.’ Ik wist al dat hij daar niet méér gelijk in kon hebben. Door een duivels toeval lagen alle omringende straten open. Sam scheurde op zijn houten loopfietsje over de planken, net zo lang tot hij het perfecte zicht had op het grote gele wonder der techniek, de kroon op de zandschepping. Hij wees. ‘Trets kijk!’, zei hij met een blik vol ontzag en verrukking.

‘Ik weet het Sam’, zei ik, terwijl ik hem optilde. ‘Het is prachtig.’ ‘Ja’, zei hij. ‘Graafmachine.’
En terwijl hij zijn armpjes om me heen sloeg en zijn hoofd in mijn nek legde, sijpelde er langzaam een allesverzengende stank mijn neusgaten binnen. ‘Poep’, zei Sam.

Deze blog van Fleur komt uit VIVA-22-2019. Dit nummer ligt 29 mei in de winkel of bestel je hier online.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«