Fleur Meijer: ‘Ik pleit voor afschaffing van de hoe-was je-vakantie-vraag’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt

Ik beschouw mezelf, als ik zo vrij mag zijn, als een behoorlijk eloquent persoon. Als iemand die uitstekend antwoorden kan formuleren, zeker als het gaat om een vraag die je al van mijlenver, of in mijn geval een week van tevoren, kunt zien aankomen. Zodat ik er zelfs op zou kunnen anticiperen; inleiding, hoofd, conclusie, nuttige terzijdes, bloopers toe: je kent het wel.

Dus waarom ik op een zonnige zondagochtend mijn koffertje door de gang rolde, katten en Kameel in de armen sloot, ging zitten en niet verder kwam dan: ‘Ja, gaaf, mooi land hoor, interessant ook, vrolijke mensen, lekker eten, wel echt graftakkeheet.’ Het is niet zo dat er niet méér te vertellen is over Cuba. Het ligt dan ook niet aan Cuba. Het ligt aan de hoe-was-je-vakantie-vraag. Ik pleit voor afschaffing van die vraag. Hij is te veelomvattend. Er komen alleen maar tenenkrommend gratuite antwoorden als deze van. En dan ben ík nog iemand die nooit woorden als ‘heerlijk genoten’ in de mond zou nemen. Ik hád natuurlijk wel heerlijk genoten, daar niet van. Maar 
ik had ook niet geslapen. En een jetlag. En buikloop. Al met al niet het beste gestel om de hoe-was-je-vakantie-vragenronde door te komen.

‘Was echt mooi. Filmisch. Wel graftakkeheet.’

Want de volgende vraag, ik voelde ’m al aankomen, was wat we allemaal hadden gedaan. Ik deed mijn best. 
Toch kwam ik ook nu niet verder dan: ‘Ja van alles. In Havana beetje geslenterd. Was echt mooi. Filmisch. Wel graftakkeheet dus, je smelt gewoon. Altijd een zweethoofd, ziet er niet uit. Eerst naar het strand geweest met zo’n oldtimer. Een roze. Ontbijtbuffet was trouwens enorm. Met een strijkorkestje. Toen paar dagen naar Viñales geweest, platteland zeg maar. Was twee uur met de taxi, maar die ging stuk. Maar leuk dorpje hoor. Allemaal straathonden, paarden op straat. Cuba Libres waren een euro. We zijn nog naar een tabaksfarm geweest, echt lachen. We hebben een dikke sigaar gerookt met de boer… 
O ja, wacht even.’

Ik slofte naar de koffer en overhandigde de Kameel een opgerold palmblad met vijf Monte Christo’s, een plastic flesje gemalen koffiebonen en een fles artisanale rum. Van die souvenirs die in het Hollandse huiskamerlicht meteen hun kastanjeglans verliezen. Ook zoiets. 
De Kameel leek er desalniettemin blij mee. ‘Heb je nog foto’s?’ vroeg hij. Vraag drie, natuurlijk. Ik overhandigde hem mijn telefoon en wist wat komen ging. Ik keek naar zijn swipende vinger en zag hoe zijn blik steeds spottender werd, waarna hij ging hoofdschudden en zuchten. ‘Ik ga jou echt op een fotocursus doen,’ zei hij. ‘Hoe kríjg je het voor elkaar om altijd zulke slechte foto’s te maken?!’ Ik gaf geen antwoord, want het was geen echte vraag. Dat ik altijd slechte foto’s maak, is een feit.

Maar ook dat ligt zeker niet aan Cuba. Cuba heeft geen gratuite reisverslagen of goede foto’s nodig. Cuba is een kloppend hart. Het zit vol kleuren, het trilt onder je voeten, het lacht je toe, samen met Fidel en Che en de mensen op straat. Dat moet je voelen.

Fleur’s column komt uit VIVA 39. Dit nummer ligt t/m 1 oktober in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Foto: Natasja Noordervliet