Fleur Meijer: ‘Ik was veranderd in een kruising tussen Maarten van Rossem en het satanskind uit Heredarity’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Ooit had ik een collega die op een dag over mijn bureau kwam leunen en de volgende woorden stralend tot mij sprak: ‘Fleur, ik bén me toch een 
fijn boek over kanker aan het lezen!’ Mijn antwoord was een zenuwachtig lachje, wat zij opvatte als een aansporing om door te praten over het fijne boek over kanker, een encyclopedie eigenlijk, waar ze nu elke avond voor het slapen gaan een stukje uit las. Ze was inmiddels tot de ‘alvleesklierkanker’ gekomen, en verheugde zich nu al op de ‘anuskanker’ van vanavond.

‘Aanrader!’ riep ze.

Daarna stormde ze weer weg. Ik begreep precies waar 
ze mee bezig was. Ze wilde, erkend hypochonder zijnde, één voor één alle kankers tackelen door alles over ze 
te weten. Zodat het noodlot, dat altijd meeleest, denkt: 
hè verdomme, ik stond nét op het punt deze vrouw anuskanker te geven. Maar 
laat maar. Het moet natuurlijk wél een verrassing blijven. Het was denk ik op dat moment dat ik besloot: er is maar één ding waar ik banger voor ben dan kanker. Hypochondrie. Want het zit ook in mij. Ik voel het. Ergens in mijn hoofd vlijt zich een kleine, onschuldige bult gerieflijk tegen mijn schedelwand. Het is geduldig. Het wacht. Het wil maar één ding. Het wil alles weten over tumoren, infarcten, kwaadaardige cellen, amputatie, hulphonden en dokter-hoe-lang-heb-ik-nog. Het zwelt op met elk snippertje informatie, groter en groter, tot het barst en ook ík veroordeeld ben tot het lezen van fijne boeken over kanker om het hypochondergezwel te bezweren. De rillingen lopen nu al over mijn rug.
Voor mij zit er dus maar een ding op: zo min mogelijk medische kennis vergaren. En nee, dat is zo eenvoudig nog niet. Maar ik hou moedig stand. Ik klik gewoon niet op bepaalde trefwoorden, ik 
tik ze ook niet in zoekbalken, en ik zap her en der paniekerig weg. Zo hou ik de bult klein en dom. Dacht ik. De bult dacht daar anders over.

‘Een paar dagen geleden werd ik wakker. Ik kreeg mijn linkeroog ineens niet open.’

Ik stond op en keek in de spiegel. Rechts van mijn oog, tegen mijn neusvleugel aan, zat ineens een bult. Een bult die mijn hele oog had veroverd. Mijn ooglid was rood en dik als een bieflap. 
In een nacht tijd was ik veranderd in een kruising tussen Maarten van Rossem en het satanskind uit Heredarity. Nog geen kwartier later zat ik bij de huisarts. Ontstekinkje, suste hij, een zalfje uitschrijvend. Ziet er erger uit dan het is, na een paar dagen is het hiermee wel over. Het is nu een paar dagen later. Het is niet over. De bult is groter. Niks aan de hand, gewoon nog even doorsmeren, suste de huisarts toen ik hem zojuist belde.
‘Ontsteking, bult, oog’ tikte ik in de zoekbalk. En 
nu weet ik het zeker: ik heb een streptokok en moet het goed in de gaten houden, want ik zal niet de eerste zijn die een oogbal verliest door nalatigheid van artsen. Er stond helaas ook een plaatje bij.

Deze blog van Fleur komt uit VIVA-37-2019. Dit nummer ligt t/m 17 september in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«