Fleur Meijer: ‘Ik wil mijn kant van het bed terug’

Fleur Meijer

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

‘Of het nou door het laatste seizoen van Game of thrones kwam, door lentehormonen, omdat ik het huisvrouwenequivalent van de Social Justice Warrior ben of door een mysterieuze mix van die drie: je ne sais pas. Maar ineens wilde ik gewoon mijn kant terug. Mijn kant van het bed. Tevens de beste kant. Wat natuurlijk ook de reden is dat de Kameel dit gebied zes jaar geleden rücksichtslos annexeerde. Hij deed dit, zo slim is hij wel, toen 
we net samen waren. En in die tijd was ik weliswaar jonger en mooier, maar ik was ook een pleaser. En verliefd, dat ook.’

‘Ineens wilde ik gewoon mijn kant terug. Mijn kant van het bed. Tevens de beste kant’

‘Op een avond, we liepen hooguit een paar maanden met elkaar, trof 
ik de Kameel aan in mijn gloednieuwe prinses-op-de-erwt-met-trompetpootjes-boxspring, dat toen nog prachtige baken van rust waarop tevens nog geen dagelijkse sloopwerkzaamheden werden uitgevoerd door die ándere harige hooligans hier in huis. De Kameel lag er zoals altijd bij als een vredig 
cherubijntje: de knuistjes vroom over de borst gevouwen, sereen omhoog gekrulde mondhoeken.’

‘Hé. Dat is mijn kant,’ zei ik.
De Kameel nestelde zichzelf met zelfgenoegzame tronie nog wat dieper in. ‘Nu is-ie van mij,’ sprak hij.
De laatste keer dat ik deze zin had gehoord, moest die keer in de zandbak zijn geweest, toen ik een schitterende schelp had gevonden die direct uit mijn handen werd gerukt door een kwaadaardige klotekleuter die er nog vals bij lachte ook.’

‘Nu, zes jaar, honderden nachtelijke struikelpartijen, teenstoterijen en nul inbrekers later was het moment gekomen’

‘Ja maar hé!’ sputterde ik, want het was nou ook weer niet zo dat ik destijds alles zomaar over mijn 
– paukenslag, bekkens, lachband – kant liet gaan. ‘Luister, deze kant is fíjner voor mij,’ mansplainde de Kameel. ‘Hij is dichter bij de deur, dus je hebt dan geen last van mij als ik eerder opsta.’ Opnieuw bood ik manhaftig verzet, maar nog voor ik mijn ‘ja, maar…’ kon afmaken, zette de Kameel zijn troef in: ‘Waar het mij vooral om gaat: vanaf hier kan ik je beter beschermen tegen inbrekers.’ Ik capituleerde. 
Ja, das war einmal.’

‘Nu, zes jaar, honderden nachtelijke struikelpartijen, dito teenstoterijen en precies nul inbrekers later was het moment gekomen. De Kameel lag al. Nog steeds met die knuistjes, nog steeds met die mondhoeken. 
‘Ik wil mijn kant terug,’ zei ik. De Kameel deed één oog open. ‘Dat kan niet.’ Ik legde hem haarfijn uit waarom dat zeer zeker wel kon. ‘Met je inbreker,’ voegde ik daaraan toe. ‘Maar ik líg al!’ riep de Kameel. Daarna hield hij een vurig pleidooi over álle boeken op het nachtkastje die verhuisd moesten worden, de kussens, dat hij heus wilde meewerken, maar niet zo ‘op stel en sprong’. Morgen, konden we niet beter mórgen wisselen? Zuchtend liet ik me op bed vallen. ‘Fijn. Welterusten,’ zalfde de Kameel. Zijn rug begon te ronken, de katten, net terug van de schaft, tijgerden ondersteboven onder het bed door. Ach, alle bezit is ballast, dacht ik. Hoe ik het precies bedoelde, wist ik even niet.’

Deze blog van Fleur komt uit VIVA-20-2019. Dit nummer ligt nog tot 21 mei in de winkel of bestel je hier online.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«