Fleur Meijer: ‘Ik ben een onuitstaanbare culibetweter en ik kook dus bijna altijd’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Het was op een gewone vrijdagavond, een uur of negen, dat de Kameel een onverwachte aankondiging deed. ‘Weet je wat ik ga doen?’ zei hij. ‘Ik ga een dessert maken. Áppelbollen.’ De woorden kwamen dusdanig rauw op mijn dak vallen dat ik zijn triomfantelijke blik spottend opvatte. ‘Hahaha,’ deed ik dus. Maar het bleek de Kameel menens. Hij ging wel degelijk appelbollen maken. Ik veerde op, knipperde wild met mijn ogen. ‘Nú?’
‘Waarom is dat raar?’ Nou. Toevallig kón ik wel wat redenen bedenken. Ten eerste: we hadden allang gegeten. Niks geks, wel lekker: risottobitterballen met citroen en truffelmayonaise. Ik had risotto over van de dag ervoor, vandaar. En risotto opwarmen is vies, maar het laat zich gelukkig wel prima oprollen, paneren en in een pannetje hete olie zakken. Die risotto had ik trouwens ad hoc in elkaar gedraaid omdat ik de dag dáárvoor veel te veel mosselen had gemaakt. Dan is het een kleine moeite om die olijke Zeeuwse knapen en hun kostelijk vocht een tweede uitvaart te gunnen, toch? Een derde uitvaart zelfs, met een frituurcrematie toe. En nu was alles echt op, had ik wederom bewezen nooit voedsel te verspillen, en dat voelde eerlijk gezegd best wel woke. Kortom, ten tweede: ik ben een onuitstaanbare culibetweter en ik kook dus bijna altijd. Maar hoho, dat betekent niet dat ik vind dat de Kameel automatisch van die taak ontheven is. En ook niet dat hij het nooit doet. En al helemaal niet dat hij het niet kán.
Alleen, ten derde: de Kameel kookt zoals Picasso schildert. Zijn culinair kleurenpalet kent zo zijn periodes, zeg maar. Toen ik hem leerde kennen, zat hij volop in zijn pasta-met-catalaanse-braadworstjes-periode. Na dit gerecht grofweg een jaar te hebben gemaakt, brak ineens het kippenvleugeltijdperk aan. Dit was een hardnekkige periode. Maar na een jaar of drie, net op het moment dat ik me had neergelegd bij een kluifrijk leven, kondigde de Kameel aan dat zich hij vanaf nu ging specialiseren in ramen, ofwel Japanse noedelsoep. Daaraan bleek geen woord gelogen. De Kameel moet inmiddels meer dan een hectoliter woest geurende bouillon hebben getrokken. Bij voorkeur van, uiteraard, kippenvleugels. Waarna ik erg mijn best moet doen om niet al te onuitstaanbare dingen te zeggen, want kippenbouillon ruikt voor mij alsof zestig pubers tegelijkertijd hun schoenen uittrekken.
Maar goed, het resultaat is heel lekker dus wat zeur ik, de Kameel kookt tegenwoordig ramen en dat is dat. Dus je begrijpt: die appelbollen kwamen nogal uit de lucht vallen.
‘Ik heb gewoon zin in een appelbol,’ zei de Kameel. Hij liet me zijn telefoon zien. ‘Kijk, dit recept.’ ‘O, maar dat hebben we allemaal al in huis’, zei ik. ‘Bladerdeeg ligt in de vriezer.’ ‘Mooi,’ zei de Kameel. ‘Hebben we ook een appelboor?’ Nee, dat hadden we dan weer niet. ‘Weet je wat ik morgen ga doen?’ sprak hij monter. ‘Een appelboor kopen.’ En toen wist ik het zeker: een nieuw tijdperk is aangebroken.

Fleurs column is afkomstig uit VIVA 50-2018. Deze editie ligt t/m 18 december in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«