Fleur Meijer: ‘Wintersport doet rare dingen met een mens’

Column Fleur Meijer

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

De beste eigenschap van het fenomeen wintersport is dat het je een tijdelijk alias verschaft. Een ski-
pseudoniem. Een wintersportpersona. Zoiets. Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat wintersport rare dingen doet met een mens.
En ik heb daar toevallig goed zicht op, want ik ben momenteel zo’n mens. Een mens dat de eerste dag op wintersport zonder wekker om acht uur ontwaakt, direct naast haar bed staat, het gordijn opzij schuift en een wit wonderland aanschouwt waar Bob Ross een glanzende erectie van zou krijgen. Ze zucht er dankbaar bij. Niet te lang natuurlijk, want hup, kom, geen tijd te verliezen: thermisch ondergoed, pulli, geile Hose, nur geniessen, jetzt geht loss! Dus zit ze even later met de zeven andere personages met wie 
ze haar wintersportscenario deelt aan de ontbijttafel. Die, ook allemaal met blinkend oogwit, hun bergkaarten over hun Knusper-brötchen hebben gevouwen om te 
bestuderen welke hellingen geschikt zijn om zich vandaag eens vanaf storten. De Westergipfelbahn en Zwölfer-kogelbahn om mee te beginnen? En dan zo via deze vijf dorpen het gebied rond? Pak je toch al snel vijftig kilometer op een dag. Daarna heb je het zuur in de benen inderdaad: lekker toch? Ze gaat toch ook wel mee? Ja, hállo, zegt ze dan, haar ogen ten hemel heffend, natúúrlijk wil ze mee! Ze zal wel gek zijn om een kans zich het zuur in de benen te skiën te laten lopen! Serieus: je moet haar eens horen op zo’n moment, compleet met zo’n uitgestreken outdoorsportskop. Nét echt. En het wordt nog gekker, want dat dóet ze dus ook nog allemaal. Met zo’n mafklapperig helmpje op. Waarmee ze trouwens meer op Annie de Rooy lijkt dan goed voor haar is, maar dat kan haar dus niks schelen. En als ze dan al die kilometers in de benen heeft –‘Ik voel ze hoor! Heerlijk!’ – ontvouwt zich plots een scène waarbij ze samen met de andere personages plaatsneemt op houten banken aan 
een houten tafel. Overal schitteren stroboscopen, 
aan de kroonluchters hangen helmen. ‘Oeoeoeoeoeoee!’, klinkt het vanonder die kroonluchters. Dat geluid betekent dat de personages elk moment de inhoud van een klein glaasje achterover gaan klappen. Die inhoud is erg vies, maar wat kan het schelen: komm mal durch 
mit die Getränke und die Händchen die Luft in! Daarna zal dit ritueel zich meermaals herhalen, totdat men ineens uit bijzonder volle borst zingt over Peter met z’n Zwanzig Zentimeter. Mijn wintersport-persona vindt dat erg grappig. Ook zingen ze over leven alsof het je laatste dag is, en dat je – papapapapa – alles moet pakken wat je kahahahan. Mijn wintersportpersona vindt dat een schitterende tekst. Nee echt, een diep-existentiële waarheid. En weet je: ze gaat het potdomme doen ook! Pakken wat ze kan! Papapapapapapa!
Nee, het is wat dat betreft niet voor te stellen dat 
ze over een paar dagen gewoon weer kreunend ontwaakt als zichzelf. Met indoorkop en al.

Fleurs column is afkomstig uit VIVA 06-2019. Deze editie ligt t/m 12 februari in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«