Column Fleur: ‘Het maakt niet uit dat hij zich altijd als een oubliehoorn in het dekbed wikkelt’

Ik had het nog zo beloofd. En toch gebeurde het vanochtend wéér. Wéér werd ik wakker in diepe, volle schaamte. Voor wie niet bekend is met de finesses van het schaamtevol ontwaken: dat gaat, bezien vanuit mijn perspectief, als volgt. Ik ben nog in niemandsland. Vredig bungel ik ergens tussen slaap en halfsluimer als ik iets hoor. Het bonkt. Het raast. Ik voel ook lucht bewegen. Om me heen, langs me heen en dan recht boven me. Ik probeer iets met mijn oogleden, maar ze gaan niet open. Ze plakken. Ze plakken heel erg. Toch weet ik een kleine kier te creëren. Eerst sijpelt er zacht licht naar binnen. Daarna zie ik de grote, zwarte vlek op de voorgrond. Die langzaam verandert in een schaduw, een gestalte, een silhouet, een, een –

‘IK BEN HIER ZO GODVERGETEN KLAAR MEE!’
Een woedende Kameel.
En dan voel ik het: de stofzuigerzak vol schaamte die over me wordt leeggeschud.
‘Sorry’, zeg ik. ‘Sorry. O, shit. O, nee. Sorry.’

Want heus, echt: ik wíl niet zo vaak op de bank slapen. Met mijn kleren aan. Met vastgekitte mascara. Met twee katten in mijn knieholten en een knak in mijn nek. Ik wíl elke nacht naast de Kameel liggen, veel liever. We hébben geen ruzie. En heus, nee, echt, het maakt niet uit dat hij zich altijd als een oubliehoorn in het dekbed wikkelt, er complete hoeslakens af woelt en voor mij meestal slechts een randje matras achterlaat. Dus waarom? Waarom toch?
Tja. Omdat ik vaak inslaap in diepe, volle leugenachtigheid. Voor wie niet bekend is met de finesses van het leugenachtig inslapen: dat gaat, wederom bezien vanuit mijn perspectief, als volgt.

Ik zit op de bank. Alleen. Het loopt tegen twaalven. De Kameel is al naar bed. De Kameel is altijd al naar bed. De Kameel is immers geen avondmens. Geen land mee te bezeilen na negenen. Het verwondert me elke dag weer. Met mij wel. Júíst! Ik ben wakker. Ik ben niet moe. Ik doe nog even een Jinekje. Of een serietje. Of een YouTubeje. Niet te lang. Gewoon als ontspannen hekkensluiter. Straks ga ik ook lekker naar bed. Maar eerst vlij ik mijn hoofd alvast even tegen deze stapel kussens. Even maar. Zo, ja. Dan kom ik goed in de stemming. En weet je, ik strek ook meteen mijn benen. Ah, ja. Dat is fijn. Ja, kom er maar bij, beestjes. Gezellig. Lekker.

Heel even maar, hoor, straks sta ik gewoon op. En dan loop ik naar de badkamer. Kastje open. Make-upremover. Schudden. Ogen dicht. En dan met watjes. Watjes wrijven. Wrijven ogen. Ogen dicht. En dan gezicht. Helemaal. Ook nog. Prullenbak open. Dicht. Nachtcrème. Smeren. Overal. Potje open. Potje dicht. Pffff. Daarna tanden. Tanden ook nog. Stoken… Poets. Pfff. Poetsen. Plassen. Slaapkamer. Lopen. Kleren uit. Allemaal. Allemaal die kleren. Moet ik in hoek gooien. Helemaal pyjama zoeken. Waar is me pyjama? Weet nie. Hé. Dekentje. Me lekkere gele dekentje. Me bankdekentje. Heel eve maar dekentje, heel eve maar. Gewoon heel klein stukje onspa –
(…)

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Deze column komt uit VIVA 14.

Lees meer columns van Fleur:
Activisten
Kinderboekenwinkels
Buurtfacebookgroep
Terras
Geesten
Goede column
Proesten
Dansende reuzenmuppets
Call me by your name
Vooroordelen