Fleur: ‘Ik vind dialecten iets geweldigs en ervaar het als groot gemis dat ik er nul beheers’

Column Fleur Meijer

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Door een combinatie van lot, omstandigheden en iets dat met beide aan de haal ging, bevond ik mij op een avond aan een keukentafel in Tilburg.  Het tafelblad was van glas, met eronder zwartgoud krullerig houtwerk. Aan het plafond hing een gouden, wild om zich heen schitterende kroonluchter. In een hoek stond een manshoge, gouden hond. En naast mij zat Nel Donders.

‘Wat gaan we zo knutselen?’ vroeg ik. ‘Iets moois voor Pasen,’ zei Nel. ‘Wil je een bakske koffie? Of liever een bakske thee?’ Koffie graag, zei ik. Ik overwoog even om ook ‘bakske’ te zeggen, totdat ik bedacht dat ik misschien respectloos zou overkomen; als zo’n Haarlems ABN-trutje dat meesmuilend ook eens een inferieur streektaaltje uitprobeert. Terwijl, het tegendeel is waar: ik vind dialecten iets geweldigs, en ik ervaar het als een groot gemis dat ik er nul beheers. Maar goed, het voerde te ver dat Nel Donders allemaal uit te leggen. Dus ik probeerde te ontcijferen wat Nel Donders allemaal aan haar vriendin Mai, die straks ook mee ging knutselen, aan het vertellen was. Ik ving vaak het woord ‘pèpke’ op. In de streek waar de Kameel vandaan komt, noemen ze bieslook ‘pèpkes’. Maar volgens mij had Nel Donders het niet over bieslook, maar over een arme ziel in het ziekenhuis.

Het huilen stond haar nader dan het lachen’

‘Heb je er een bietje zin in?’, vroeg ze ineens aan mij. Jaja, knikte ik gretig. ‘Ik kan het alleen niet zo goed vrees ik.’ Natuurlijk kon ik het, antwoordde Nel. En anders was ze er altijd om me te helpen toch? Ik wilde Nel nu eigenlijk vertellen over die keer dat haar zoon Roy in hetzelfde vliegtuig zat als mijn lieve vriendin Z., die op dat moment een van haar eerste vluchten als stewardess beleefde. Het huilen stond haar nader dan het lachen. Continu werd ze afgesnauwd en publiekelijk vernederd door de oude, valse collega die haar moest inwerken. Dat zag Roy Donders zo eens een tijdje aan. En toen stond hij op, de ridder, en stak een tirade af waarin hij mijn vriendin de hemel in prees om haar excellente service, maar dat hij tegen háár direct een klacht ging indienen. Andere passagiers begonnen te klappen. Mijn vriendin was dankbaar en ontroerd. Helemaal toen ze erachter kwam dat Roy na de vlucht nogmaals de moeite had genomen het voor haar op te nemen door een officieel compliment in te dienen.

Maar goed, dat voerde nu ook te ver. Bovendien kwamen de andere knutselcursisten binnen.
Nel Donders nam ons mee naar de schuur, waar de straalkachel loeide, de lijmpistolen geladen waren en de kraalkes, veerkes, takskes, eikes, vogelkes, touwkes en glitterkes klaar stonden. Twee uur later hield ik tevreden en compleet zen een soort kruising tussen een Ibiza windvanger en een Blair witch paasproject omhoog.

‘Ik vind het hartstikke mooi geworden,’ zei Nel. Toen vertelde ik haar alsnog over Roy Donders in het vliegtuig. Ze begon te glimmen. ‘Dat heeft-ie van mij,’ zei ze. Ik wist het wel zeker.

Fleurs column is afkomstig uit VIVA 13-2019. Deze editie ligt vanaf 27 maart in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«