Column Fleur: ‘Ooit verslond ik kiloknallervlees en droeg ik kleren die door een vierjarige in elkaar werden gestikt’

fleur meijer

Allemaal leuk, aardig en noodzakelijk die hypermilieubewustheid van tegenwoordig, maar het wordt wel een beetje storend dat ik me aldoor zo schúldig voel. 
Ik heb me nog nooit zo’n slecht mens gevoeld als vandaag de dag. Wat eigenlijk raar is, want vroeger was ik een nog veel slechter mens en toen had ik nergens last van. Ooit verslond ik met droge ogen het gemeenste kiloknallervlees, kocht doorlopend kleren die door een vierjarige coupeuse uit Nepal in elkaar gestikt waren en jatte elke dag een plastic tasje bij de supermarktkassa. Onderwijl vergat ik ter compensatie ook weleens níet de verwarming laag te zetten, gooide glas soms ook wél in de glasbak en knuppelde, het moet gezegd, echt nooit een zeehondje dood. Maar verder was ik zo’n vijftien jaar geleden een ontzettende klimaatlul. Volgens mij was toen bijna iederéén dat. Op wat gemor over de ozonlaag na hoorde je nooit wat over het milieu.

Natuurlijk, er waren toen ook vegetariërs. Ik keek altijd naar ze met een mengeling van bewondering 
en medelijden. Vooral als ze zonder te klagen in een spinazie-geitenkaas-pijnboompit-trouvaille prikten in de vorm van een pasta, quiche of filodeegtompouce. Dat kregen ze áltijd in restaurants, de stakkers. En veganisten, ach, dat waren ongewassen, speedsnuivende krakers die toch al nooit honger hadden, en misschien nog een handvol wereldvreemde hippies die paneermeel maakten van zelfgelooide berkenbast.

Er kan een hoop veranderen in vijftien jaar, wil ik maar zeggen. Vegetariërs en veganisten heten nu vega’s en vegans, hebben een officiële superheldenstatus in het klimaatdebat en kunnen op elke straathoek een kiemsalade met avocadoroos krijgen. Het duurt niet lang meer of je kunt ribeye alleen nog maar eten met een hoed of plaksnor op en de gordijnen dicht.

Ik ben ook veranderd, hoor. Heus. Vraag maar aan de thermostaat. Het dubbele glas. De glasbak en de oudpapierbak. Vraag het maar niet aan de plasticbak, want ja, dat zou ik wel moeten doen, maar dan moet ik ook een extra vuilnisbak neerzetten en dat vind ik zo lelijk. Aan mijn linnen boodschappentassen wel, die gebruik ik altijd. Nou goed, gisteren toevallig niet en oké, vorige week ook een keer niet, maar ik heb het plastic tasje niet gejat, echt niet. De wasmachine kun je ook maar beter overslaan, want dekbedden en handdoeken moeten minimaal op zestig graden, anders vind ik het goor. Schoonmaken zonder bleek en ammonia vind ik trouwens ook goor.

En als je het de dieren zou vragen, tja, nou, dan zullen ze geen staande ovatie geven. Maar ik hoop dat ze wel een positieve aantekening maken, want ik eet ze echt veel minder vaak op dan vroeger, en zorg ervoor dat ze allemaal een elitaire driesterrenopleiding hebben genoten. Of bijna allemaal. Dat is niet goed genoeg, nee. Maar ik vind ze zo lekker. En van schuldgevoel krijg ik altijd zo̓n ontzettende honger.

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Deze column komt uit VIVA 15.

Lees meer columns van Fleur:
Kinderboekenwinkels
Buurtfacebookgroep
Terras
Geesten
Goede column
Proesten
Dansende reuzenmuppets
Call me by your name
Vooroordelen
Op de bank slapen

Deze column van Fleur komt uit VIVA 16. Deze editie ligt t/m 24 april in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«