Fleur: ‘Een man met een oubliehoorn kán gewoon niet intimiderend zijn’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Vanachter mijn natte voorruit doemde de ijssalon op. Ach, dacht ik. Een laatste ijsje. Past uitstekend bij de zomerse afscheidstournee die ik al een tijdje maak. Bovendien was dit niet zomaar een ijssalon. Het was de ijssalon van mijn vroegste herinneringen. De ijssalon waar ik, om maar eens wat te noemen, voor de eerste keer een groots onrecht heb ervaren. Ik, volgens de overlevering altijd een vreedzaam en beminnelijk kind, wierp mezelf precies op deze plek ooit met Shakespeariaanse overgave op straat, krijsend en stervend. En toen dat niet hielp, verschool ik me de rest van de middag woedend in mijn kamer, achter een stoel waar ik uiteindelijk in slaap viel – daar is een foto van. De reden was er dan ook wel naar: ik had mijn ijsje op de stoep laten vallen, maar ik mocht geen nieuwe en mijn moeder ging ook niet akkoord met mijn voorstel het dan gewoon van de straat te eten. Ik snap mezelf eigenlijk nog steeds wel.

‘Ik werd bij mijn entree afgeleid door twee vierkant uitgehouwen mannen, een kale en een vlassige, naast elkaar op de bank.’

Er vochten nog meer herinneringen om voorrang (ijsjes met mijn toen nog springlevende vader, ijsjes met leuke jongens, ijsjes die ik even later probeerde uit te kotsen maar wat niet lukte en wat goddank het einde inluidde van mijn boulimia-flirtage) maar ik werd bij mijn entree afgeleid door twee vierkant uitgehouwen mannen, een kale en een vlassige, naast elkaar op de bank. Ze likten tevreden aan hun ijsje. Meteen ging er een golf van vertedering door me heen. Dat doen ijsetende mannen met me. Een man met een oubliehoorn kán gewoon niet intimiderend zijn. Wat eigenlijk best raar is, aangezien er in het openbaar bij gelikt wordt. Het zijn hun blikken, denk ik. Glazig en een tikje onnozel. De blik van de ijsetende man. Zou je, als je het logistiek echt goed aanpakt, oorlogen kunnen stilleggen met ijsjes?

‘Misschien is de oublieoorlog al stilletjes gestart, en heeft niemand het door.’

Het zou me niets verbazen. Hoewel het ook de andere kant op kan werken: laatst zag ik een foto van Poetin en Erdogan die gebroederlijk in een ijsje hapten. Misschien is de oublieoorlog al stilletjes gestart, en heeft niemand het door. We zullen het zien. Eerst ijs. Ik tuurde lang in de vitrine. Die was veel groter dan vroeger, met hippe smaken als Oreo, roze Kitkat, opa’s appeltaart, lemon pie merengue en dolce latte. Ik koos in een opwelling voor zoute karamel en appel, nam plaats op de bank en begon ook tevreden in mijn bakje te lepelen (ik ben geen hoorntjes-mens).

‘Ik denk dat ik nog een containertje ga bestellen,’ hoorde ik naast me. De mannen waren inmiddels aan het hoorntje aan het knagen. Met slagroom erin, zag ik. Goede keuze, dat deed ik als kind ook altijd. ‘Ja goeie,’ zei de kale. ‘Wanneer gaan ze dicht?’ ‘Over twee weken,’ zei het meisje achter de vitrine vrolijk. ‘Tot maart.’
‘O, dan ga ik zeker effe een containertje bij je bestellen.’ Hij keek zijn vlassige vriend aan. ‘Maar welke smáák moet ik dan nemen?’
‘O, ik weet het wel,’ antwoordde hij. Zijn ogen kregen een dankbare glans.
‘Roze koek.’

Fleur’s column komt uit VIVA 41. Dit nummer ligt t/m 15 oktober in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Foto: Natasja Noordervliet