Fleur Meijer: ‘Al lopende overpeinsde ik: ben ik nou te aardig of ben ik gewoon laf?’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Misschien, dacht ik bij de kassa van het Kruidvat, moet ik ook eens zo’n vrouw worden die er iets van zegt. Er zijn zo veel vrouwen die er op dit moment iets van zouden zeggen. De meesten gaan op hoge toon voor iets als ‘hohoho, ik geloof dat ík hier al een tijdje stond, hè?’ Vermoed ik. Of, ook lekker: ‘Hé hállo, wat denkt u precies dat u aan het doen bent?’ Ik zou in zekere zin zelfs gelegitimeerd zijn om naar voren te lopen, me ponticaal voor haar te dringen en ‘leuk geprobeerd mevrouw’ vieze man in het park, en al helemaal niet als de vieze man in kwestie haar zojuist begroette met ‘hé lekker geil wijf’. Ook zou die vrouw aan een doorratelende schoonheidsspecialiste vragen of ze héél misschien even haar mond kon houden – ze ligt hier immers ter ontspanning, zie je. En wat ze zeker níet zou doen, is daarna veel te dure crèmes aanschaffen waar ze niet in gelooft, enkel en alleen omdat ze het anders zielig vindt voor te snuiven. Jij wandelende druipkaars. Met je grote elandkop. Nee, daar helpt niks tegen, al gooi je er nog tien vaten Q10 tegenaan.

En toch, dacht ik toen ik haar even later onverzettelijk over straat zag druipen, toch moet ik misschien eens een vrouw worden die er iets van zegt.

Maar het werd me weer eens te meer duidelijk: ik ben niet zo’n vrouw die er iets van zegt. Ik werd hondsbrutaal genegeerd en gepasseerd, expres ook, en het enige wat ik deed was mijn wenkbrauwen optrekken en denken dat het leven met zo’n kop natuurlijk ook niet makkelijk moest zijn. En toch, dacht ik toen ik haar even later onverzettelijk over straat zag druipen, toch moet ik misschien eens een vrouw worden die er iets van zegt. Een vrouw die erop staat dat ze ‘niet tegen onrecht’ kan, en die zichzelf daarmee permissie geeft de wereld altijd assertief en waar nodig actief agressief tegemoet te treden. Die vrouw zou nooit vijf minuten met een jurk in haar handen staan, wachtend tot het winkelmeisje klaar was met haar telefonisch consult omtrent shaping en contouring. Die vrouw zou ook niet ‘hallo’ zeggen tegen een die schoonheidsspecialiste met haar scheiding en haar chihuahua met kankergezwel.

Het was een bejaarde uit het boekje: broos, krom en traag, maar met een wakkere blik.

Al lopende overpeinsde ik: ben ik nou te aardig of ben ik gewoon laf? Ik was bijna bij mijn huis toen ik aan de overkant een vrouw met rollator over de smalle stoep zag schuifelen. Het was een bejaarde uit het boekje: broos, krom en traag, maar met een wakkere blik. Ze glimlachte naar me, en ik glimlachte terug. Tot het moment woest onderbroken werd door een man die op diezelfde stoep de hoek om kwam etsen. Hij remde achter haar, maar stapte niet af. Nee, ik zag het goed: hij wilde dat ze opzíj ging met haar rollator. Ze schrok en bleef met een schok staan. Een tiental seconden later stond ik grijnzend in mijn gang. ‘Dank u wel,’ had de vrouw tegen me gezegd. ‘Vuile teringkut,’ had de man op zijn beurt tegen me gezegd. Weet je wat het is, dacht ik. Ik kan gewoon niet tegen onrecht.

Deze blog van Fleur komt uit VIVA-36-2019. Dit nummer ligt t/m 10 september in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«