Fleur Meijer: ‘De eeuwenoude stad werd bevolkt door toeristen in doldrieste safari-outfits’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

In Dubrovnik moet je, zoals dat heet, ‘een keer zijn geweest’. Omdat je daar inderdaad ‘je ogen uitkijkt’. Wees niet bang hoor, ik ga jullie nu niet vermoeien met breed uitgesponnen wetenswaardigheden over het zevende-eeuwse Ragusa, en hoe dat uiteindelijk Dubrovnik en tegenwoordig vooral King’s Landing (uit Game of thrones) werd. Dat lees je maar in een van de zes biljoen reisblogs die ons land rijk is en waarin zes biljoen keer gerept wordt van ‘adembenemende uitzichten’. Wat óók echt waar blijkt te zijn trouwens. Vanaf de hoge stadsmuur heb je 
schitterend zicht op al die woestijnkleurige huisjes met amberkleurige dakpannetjes waartussen het wasgoed trots wappert. En dan ook nog de Adriatische Zee die daar koningsblauw omheen glinstert. Nee echt, ik vind het net als de reisbloggers ‘gewoon té mooi’. Maar ik moet zeggen dat de adem mij vooral werd benomen door iets anders. Vanaf de terrassen, waar de Kameel en ik onevenredig veel tijd doorbrachten, hadden we er goed zicht op. ‘Het zijn een soort White Walkers,’ lispelde ik. ‘Ja, griezelig gewoon,’ lispelde de Kameel terug. Alleen al de stenen op de Placa leverden het bewijs. Er hadden zo veel walkers overheen gelopen dat de hoofdstraat was veranderd in een driehonderd meter lange ijsbaan. Hoewel, lopen: het was meer een soort waggelen, constateerden wij vanaf het terras met een grote kelk wijn in de hand. Dat krijg je er natuurlijk van als je elke dag de vracht van drie cruiseschepen door de stadspoorten propt. Het zag er allemaal bevreemdend uit: dat prachtige decor van een eeuwenoude stad waar niemand lijkt te wonen, maar die wel wordt bevolkt door een divers, maar toch uniform leger. Ze droegen baseballpetten (‘Het meest beschamende accessoire ooit gemaakt,’ snoof ik), doldrieste safari-outfits (‘I mean, this is, like, Africa, right?’ gniffelde de Kameel), hoog opgetrokken bermuda’s met dito witte sportsokken (‘Hoe kríjg je het voor elkaar?’). Ze likten aan gigantische ijsknotsen (‘Ik eet nooit meer ijs in het openbaar’), lieten dienbladen vol cola en burgers aanrukken (‘Nee, je zal eens iets ánders proberen’) en stampten maar voort op die grauwe kuiten, al OMG!-scanderend, selfieschietend, rolkofferend. En hoe langer we ernaar keken, hoe meer we begrepen dat de laatste overgebleven Dubrovnikanen, die van het wapperende wasgoed, enerzijds zin hadden om met insectenspray hun straten schoon te spuiten, en anderzijds bleven glimlachen omdat ze nu eenmaal ook leefden van de insecten. Het was onderwijl tijd voor een nieuwe kelk lokale wijn, besloten wij vanuit onze Red Keep op het terras. Met daarbij het gerecht dat het verst van de hamburger was verwijderd. ‘Ik neem weer de schelpen, jij anders de schaaldieren?’ Ik inspecteerde onderwijl mijn bruine kuiten en constateerde tevreden dat de Kameel enkelsokken aan had. Nee, de echte toeristen, dat waren de ánderen. Maar je moet echt een keer in Dubrovnik zijn geweest, wil je die leugen begrijpen.

Fleur’s column is afkomstig uit VIVA 41-2018. De editie ligt t/m 16 oktober in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«