Fleur Meijer: ‘Ik ben bang dat iedereen me weer zo hard gaat uitlachen’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Ik moest er klokslag zeven uur zijn, anders kwam-ie me halen. En Henny kennende zou hij dat doen ook. Het was drie voor zeven en ik begon angstvallig naar de voordeur te kijken. Ik had een vreemd, licht gevoel in mijn onderbuik. En ik zweette. Nu al. Vanachter een gordijnkier gluurde ik naar rechts. Daar zou zijn staalharde gestalte, tot aan zijn nek in de tribals gedoopt, vandaan moeten komen. Samen met Tyson. Ik zag nog niets. Goed. ‘Je gaat dit gewoon doen,’ sprak ik hardop tot mezelf. ‘Dus je stopt nu met dit zielige gedoe.’ Ik trok een zwarte joggingbroek en een vaal shirt onder de stapel vandaan. Er zat een tapijt van kattenharen op. Nou ja, voor lul stond ik toch wel. ‘Oké,’ antwoordde ik mezelf. ‘Ik ga dit gewoon doen.’
Om klokslag zeven uur echoden mijn voetstappen dramatisch door de poort. Op zich had ik geen geluidseffect nodig om mijn gevoel van nietigheid nog verder te onder-strepen, maar een poëtisch extraatje was het wel. Ik ging een geheel nieuwe wereld betreden. Een wereld die al die tijd zo’n twintig meter van mijn voordeur verwijderd was. En mijn gedachten gingen nu zo vol op het orgel dat er over mijn zenuwen nu ook nog een emmer schaamte werd gekeild. Doe even normáál. Als Henny zei dat ze lief was en dat het goed zou komen, dan kwam het ook goed. Toch? Binnen rook het naar oud ijzer. Bloed zou ook goed kunnen.
Achter een van de deuren klonk hol gelach. Hier was het. Bij het opendoen stak ik eerst mijn hoofd naar binnen. Ik vrees dat ik eruitzag als een verdwaasd schildpadje. ‘Jáááá, daar is ze!’ lachte Henny smakelijk. ‘Hallo lieverd!’ riep de vrouw naast hem. ‘Henny had me al alles over je verteld!’ Tyson begroef traditiegetrouw zijn snuit in mijn kruis en inhaleerde diep. Dat was niet de reden dat ik rood werd. ‘Ja, o, oké, hoi,’ zei ik en stak mijn hand uit. Ik kon me niet voorstellen dat zij, met haar zachte ogen, andere vrouwen dusdanig aan gort had getrapt dat ze er wereldkampioen mee was geworden. Ik zei verder niets. Ik was ineens de verlegen brugklasser die blijkbaar nog in me zat, diep verscholen onder lagen bravoure. ‘Ik snap wel dat je het spannend vindt, hoor,’ zei ze – want zo praat je tegen verlegen brugklassers. ‘Een beetje wel,’ zei ik hees en ik besefte dat ik elk moment nog kon gaan huilen ook. ‘Lieverd, het komt helemaal goed,’ zei ze. ‘Je gaat gewoon lekker op je eigen tempo meedoen en je hoeft je helemaal nergens voor te schamen.’ Ik wilde tegen haar zeggen dat ik me vooral zo schaamde voor het feit dat ik me zo schaamde. Dat ik ook wel weet dat het belachelijk is dat ik tot op de dag van vandaag een sneue, maar diepgewortelde sportangst heb. Omdat ik bang ben dat iedereen me weer zo hard gaat uitlachen. Omdat ik niks kan. Maar goddank zei ik dat niet. Ik liep gewoon achter haar aan de kickbokszaal in en ik ging dit gewoon doen.

Fleur’s column is afkomstig uit VIVA 43-2018. De editie ligt in de winkel t/m 30 oktober. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«