Fleur Meijer: ‘Ik naderde een bankje, waarop een man wijdbeens voor zich uit zat te staren’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Het is bepaald geen Zuid-Frankrijk, het park om de hoek, maar toch nam ik er speciaal een omweg voor. Ik was hier nu toch. Het grind knarste onder mijn voeten, eenden kwaakten en ik dacht aan de voorbije vakantie en de vakantie die nog komen ging. Maximaal rekken, die zomer. Ik naderde een bankje, waarop een man wijdbeens voor zich uit zat te staren. Met zo’n hoofd dat je in honderdvoud ziet in de Praxis. Een doodgewoon doe-het-zelf-hoofd, altijd op zoek naar materiaal om in de weekenden naar hartenlust mee te rachelen, voegen en tengelen. Het viel daarom bijna niet op dat er ook uit zijn kaki broek een groot stuk materiaal stak. Half-erect om precies te zijn. Wat hij duidelijk zo wilde houden, middels het geven van vriendelijke tikjes.
Een potloodventer! Dát was lang geleden! Een golf van nostalgie trok door me heen. Dat krijg je als je opgroeit in een gemeente met een zeer hoge potloodventerdichtheid. Wellicht zelfs de grootste van Nederland, al moet empirisch onderzoek dat nog steeds uitwijzen. Vooral in het bos, hun favoriete habitat, heb ik een hoop veldstudie kunnen doen. Ik liep daar dagelijks met een vriendin om haar hond uit te laten, en er ging geen week voorbij of we spotten wel weer zo’n opzichtige masturbant in de bosjes. ‘Hé! Smeerlap!’ riepen we dan, waarna de masturbant zich ritselend uit de voeten maakte.
Sommigen pakten het potloodventerschap wat sluwer aan. Zoals de man die met een stalen smoelwerk door het bos jogde in een heel krap rood sportbroekje. Pas als hij dichterbij kwam zag je de plotwending: een roze, vlezige paddenstoel die boven het broekje zijn lelijke kopje opstak. Op den duur stuurden we de hond af op het rode broekje in de verte, waarna we gierend onze weg vervolgden. O, en natuurlijk die keer dat de vriendin en ik eens in een duinpan lagen te zonnen, toen er een schaduw over ons heen viel. Die schaduw bleek van een oude, kale en vooral naakte man die vriendelijk vroeg of dit toevallig een naaktrecreatiegebied was. Toevallig waren wij op dat moment knetterstoned en alleen al daarom totaal niet onder de indruk. Daarop vroeg de man beleefd of we er bezwaar tegen hadden als hij zich verderop af zou trekken. ‘Je gaat je gang maar,’ gaapten we. ‘Smeerlap.’ Tja, van hashtags en Weinsteins hadden we nu eenmaal nog nooit gehoord. Daarbij wisten we, veteranen zijnde, inmiddels wel hoe de potloodventerij in elkaar stak. Het enige wat ze willen, is je bang maken met hun waar. Het is dus vooral van belang dat je dat níet bent. Nu lag dat toch anders, merkte ik. Had ik vroeger niet wat banger moeten zijn? Waren we gewoon naïef geweest voor de gevaren die nu ineens wél door mijn hoofd schoten? Aan de andere kant: als ik me vroeger niet liet intimideren door half-erect sujet op een bankje, waarom dan nu wel? ‘Smeerlap,’ mompelde ik hoofdschuddend in het voorbijgaan. ‘Goedenavond,’ antwoordde de potloodventer.

Fleur’s column is afkomstig uit VIVA 39-2018. De editie ligt in de winkel t/m 2 oktober. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«