Fleur Meijer: ‘Ik ben momenteel níét jaloers op mijn katten’

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Nimmer had ik ook maar het kleinste sprankje hoop dit gevoel ooit te zullen ervaren. Maar nu is het wonder dan toch hier: ik ben momenteel níét jaloers op mijn katten.
Katten, dat zijn toch die klaplopende wezens die dag in dag uit bewijzen dat het paradijs wel degelijk bestaat? Die niets anders doen dan al slapend zonlicht en mensenliefde absorberen met een beetje eten, kakken en plezierjagen tussendoor?
Inderdaad, die wezens, in wiens vorm wij allen willen reïncarneren, bedoel ik. Want sinds een paar weken ontvouwt zich, recht onder mijn neus, een fabel die epische proporties begint aan te nemen. Waarin koninkrijken vallen en opnieuw gesticht worden. Waarin macht en eerzucht om voorrang strijden. En waarin dreiging en geweld met de dag dichterbij komen. Letterlijk. Vanochtend zelfs naast mijn bed.
Het begon, zoals wel vaker het geval is bij verloren paradijzen, met de komst van een stel vreemdelingen. Of, zoals ik ze noem: leuke nieuwe buren. Ik had alleen wel op voorhand al te doen met de drie katten en vier konijnen die er óók kwamen wonen. Vooral Bruce, mijn Siamees die niet voor niets vernoemd is naar Bruce Wayne, kent geen scrupules als het om vijanden gaat. Beetje dissen, intimiderend spreekkoortje aanheffen, klauwtje erbij: voor de vorige buurkat reden genoeg om zijn territorium al spoedig naar de voorkant van het huis te verleggen. Sindsdien regeerde Bruce als een waar despoot over beide achtertuinen. Amy, mijn Ragdoll-prinses, is van huis uit pacifist, maar genoot intussen wel volop van alle privileges die Bruce voor haar hosselde. Rollen in de tuin van de vijand, uren voor het kattenluik doorbrengen om naar de vijand te staren, aanrechtdoekjes van de vijands waslijn stelen: hoe schitterend was een leven waarin de zon nooit onderging.
Tot die ene dag. De zon scheen, dat nog wel, maar Bruce en Amy stonden bij de schutting en gromden diep en laag. ‘Gezellig hè jongens,’ tsjilpte ik vanachter de keukentafel. Maar het grommen werd gillen. En ik stond op, liep de tuin in en stond ineens oog in oog met een werkelijk schitterende witte kater, óók een Ragdoll, die me in volle onschuld aanstaarde met zijn hemelsblauwe ogen. Hij had Amy’s favoriete speeltje in zijn bek. Ik smolt ter plekke. En begon hem te aaien, waarna hij begon te spinnen en te rollen. Waarna ik zag dat hij Amy’s andere favoriete speeltjes ook alvast aan zíjn kant van de schutting had gelegd. Waarna ik nóg harder smolt. En dat bleef ik doen. Ook toen ik Olaf, want zo heet hij, aantrof in de keuken, waar hij met één trefzeker pootje de bakjes van Bruce en Amy leeglepelde. En ook toen ik vanochtend wakker werd met Olaf languit naast me óp mijn bed. Proestend en smeltend pakte ik de vijand op en zette hem buiten. ‘Foei, hoor,’ probeerde ik nog. Bruce en Amy keken me met dikke staarten aan. Uit hun trouwe ogen droop onversneden jaloezie. ‘Me buik en me rug. Nu,’ zeiden ze in koor. ‘Ja, sorry,’ zei ik, en begon vast met aaien.

Fleurs column is afkomstig uit VIVA 47-2018. De editie ligt t/m 27 november in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«