Fleur Meijer: ‘Vanaf de achterbank had ik goed zicht op de rode vlekken in mijn moeders nek’

Fleur Meijer

VIVA-journalist Fleur Meijer (37) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

‘Met de huurauto reed ik door de groene heuvels van Portugal. Dagen aaneen zoefde ik langs landhuizen en afgronden, over de smalle wegen, haarspeldbocht na haarspeldbocht, tegenligger hier, tractor daar, uitgestrekte valleien, wakker dorp, slaapdorp, hier links omhoog, daar rechts, nog tien minuten de slingerweg volgen, gekke T-splitsing en ja hoor, daar was het strand/kasteel/restaurant van bestemming. Of, deze keer, een zestiende-eeuws klooster van Franciscaner monniken, ergens verborgen in de bossen boven op een heuvel. Elke keer stapte ik de auto uit zonder erbij na te denken. Maar nu niet. Ik zag het verweerde stenen kruis opdoemen met daarachter het pad richting het klooster. En ineens dacht ik: er is maar één reden dat ik hier ben.

‘Ik zat ineens weer in de auto naar Zuid-Frankrijk’

Eén iets heeft mij hier naartoe geleid. De navigatieapp. Het trof me als een dolksteek. En ik begon me een leven voor te stellen zónder navigatieapp. Dat was niet moeilijk. Ik zat ineens weer in de auto naar Zuid-Frankrijk. Een vertrouwd gezicht. Mijn vader reed, mijn moeder zat ernaast over een verfrommelde kaart gebogen. Mijn vaders gezicht had een lichtpaarse teint aangenomen.
‘Jíj zei Clemont-Ferrand volgen! Waar zijn we nu? Waar moeten we nu heen? En dan rijdt er ook nog een of andere kloothommel… ja, wat móet je nou? Lul! Gódverdomme!’
Zijn gezicht in de achteruitkijkspiegel: ‘Jullie weten het hè? Je mag niet schelden, alleen in de…’
‘Auto,’ zeiden mijn zusje en ik in koor.

‘Even later, stilstaand op een landweggetje, beende mijn vader met wilde armgebaren de berm in’

Vanaf de achterbank had ik goed zicht op de rode vlekken in mijn moeders nek. Als je goed keek kon je de damp ervan af zien slaan. De kaart raakte bijna haar neus, haar vingers volgden koortsachtig een weg in een labyrint van gekleurde wegen.
‘Volgende afslag!’ riep ze met overslaande stem.
Daarna zag ik haar de kaart een kwartslag draaien.
Even later, stilstaand op een landweggetje, beende mijn vader met wilde armgebaren de berm in, terwijl mijn moeder adem-halingsoefeningen deed en 
de kaart nog een kwartslag draaide. Het zou nog zeker een minuut of vijf duren voor mijn vader weer achter het stuur zou plaatsnemen en op kalme, vriendelijke toon mijn moeder om de kaart zou vragen. Dat we er uiteindelijk toch altijd kwamen, zij het met een extra overnachting hier en daar, is eigenlijk een wonder. Dat ik zojuist op mijn telefoonscherm eerst de naam van een straat- en huisnummerloos klooster heb ingetoetst en daarna op ‘vertrek nu’, is een groter wonder. 
Een nóg groter wonder is dat ik dat ik hier nog ben aangekomen ook, met de Kameel als immer koele, betrokken bijrijder.
Maar het allergrootste wonder is dat ik tijdens dit alles God noch Jezus ook maar één keer vervloekt heb, en er ook geen enkel geslachtsdeel bij heb hoeven halen. Wat een zegen.
Ik lijk namelijk erg op mijn vader.’

Deze blog van Fleur komt uit VIVA-25-2019. Dit nummer ligt vanaf 19 juni in de winkel of bestel je hier online.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«