Fleurs column: ‘Bél gewoon als je iemand wilt spreken,’ riep hij. ‘Verdomd, dat kan natuurlijk ook nog’

Het malle aan ‘het moderne, digitale leven’ is dat je een groot deel van je wakende uren besteedt aan volkomen stompzinnige dingen. Dat weet je zelf ook en je ergert je bovendien nog eens dood omdát het allemaal zo volkomen stompzinnig is en nutteloos bovendien. Het is zelfs zo erg, dat er langzamerhand een cruciale vraag aan je geweten begint te knagen: ben ik inmiddels zélf stompzinnig en nutteloos geworden? Mijn geweten en ik zeggen: ja.

Dat zeg ik nog met gepaste opluchting, kun je nagaan. Ik had bijvoorbeeld ook op Twitter kunnen zitten. Om daar lekker de hele dag boos en betweterig mijn digitale anuskleppen te laten wapperen. Of op Instagram, waar ik almaar latte-laptop-stillevens en leuke hash- taghiëroglyfen zou plaatsen om iedereen helemaal suf te influencen. Dat doe ik allemaal dus níet.

Toch hebben mijn telefoon en ik het vooralsnog de hele dag druk met elkaar. Facebook hè. Je gaat je toch hechten aan alle stompzinnige nutteloosheid die je daar aantreft. Ik bedoel, hoe had ik anders moeten weten dat mijn gezicht 25 procent Duits, 10 procent Brits, 35 procent Nederlands en 30 procent Zweeds is? Dat ik van eten sowieso kanker krijg, maar inmiddels ook autisme en wellicht binnenkort bilharzia? Dat het niet de vraag is óf er een apocalyps komt, maar wélke van de zes?

Je reinste Sisyphusarbeid, dat Facebook, want uitgelezen raak je nooit. En eigenlijk heb ik daar ook geen tijd voor. Whatsappgroepen hè. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen ze allemaal op stil te zetten, voor ik het weet heb ik wéér wat stompzinnigs gemist in de Poppedoppers, het Oestrogenenorkest of de Stoma Fistfuckers.

De Kameel maakt zich inmiddels terecht zorgen over mijn murw gebeukte brein. En pakt tegenwoordig vaak mijn telefoon af. ‘Geef terug,’ zeg ik dan.
‘Nee!’ bijt hij terug. En daarna voel ik een enorme rust opkomen. Tot het zeitgeistmonster in de hoek alweer begint te grommen.

‘Bél anders gewoon als je iemand wilt spreken,’ wanhoopte de Kameel laatst.
Verdomd, dacht ik. Dat kan natuurlijk ook nog.
Bellen, het moet gezegd, beviel uitstekend. Ik kwam er zowaar achter hoe het echt met mijn oud-collega ging. Wel bleef de zeitgeist de hele tijd app-windjes laten tegen mijn oor, maar ik bedwong al mijn moderne checkreflexen. En kon ruim een uur later terugkijken op een stukje waardevol, warmmenselijk contact.

Goed, nu de gemiste appjes. In de Oma-app, zo bleek. Die normaal in mineur verkeert, passend bij haar toestand. Maar waar nu rijen vol gierende emoji’s stonden en teksten als: ‘Is ze dronken? Nee, ze is op dieet.’
Mijn duim klom driftig naar boven. Dit kon maar over een iemand gaan.
‘U hebt het onderwerp gewijzigd naar ‘OmerfcXCxx,’ las ik.
Of beter gezegd: mijn óór had het onderwerp gewijzigd naar OmerfcXCxx.
Ik deed wat iedereen op zo’n moment zou doen: OmerfccXCxx googelen.
En er aldus achter komen dat Omerfc een Twitteraar is met een diepe liefde voor Erdogan.
‘Ik heb een pro-Erdo-oor!’ joelde ik naar de Kameel.

Ik denk dat dat het moment was dat hij het voorgoed opgaf. Maar zeker weten doe ik het niet: ik was aan het appen.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Koken
WC
Arbeid
Roest
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma