Fleurs column: Buurtsuper

De mandjes zijn er uitgesproken ranzig, het fruit meestal ook, en de groenten balanceren goeddeels op de rand van bederf. Toch kom ik er graag. Het is namelijk heel fijn bij de buurtsuper. Er werken bijvoorbeeld nog echt ménsen. Niet dat de medewerkers van de Albert Heijn XXL verderop geen mensen zijn, maar ze hebben allemaal ofwel pas ingedaalde testikels, ofwel net hun tweede menstruatie achter de rug. En dan spreek ik toch liever van mensen in wórding.

Zo niet bij de buurtsuper.Daar is de groentechef gewoon een vale vijftigerin een verwassen bedrijfsschort die me altijd verwelkomt met een gemeend ‘goedendag’, zodat ik het wel uit m’n hoofd laat iets te zeggen over zakjes reeds verslijmde veldsla. Ook de schommeldikke vakkenvuller kan bij mij niet meer stuk, want hij zegt ‘geeft niet hoor’ en haalt glimlachend een dweil als ik fles wijn nummer drie uit het schap laat kletteren. Af en toe werkt er zelfs een jongen met down, een enthousiast kwijlende gastheer die me een keer zomaar omhelsde. Veel meer heb je niet te wensen bij een buurtsuper lijkt me, en het is er dan ook altijd druk. Met vaste klanten vooral, want ik ben niet de enige die gevoelig is voor een stukje betrokken burgerschap.

Ze stond daar alsof ze wachtte tot iemand het fatale blik bockworsten tegen haar slaap gooide”

Zo lopen er meerdere alleenstaande oude heertjes rond, te herkennen een eenzaam pijpje pils, een halve liter gele vla en een magnetronbak driemaal overreden hutspot. In mijn hoofd heb ik ze allang met succes gekoppeld aan de oude vrouwtjes die er ook rondlopen, met hun koffiemelk, bokkenpootjes en andijvie. Maar aangezien de realiteit in het algemeen en de bejaarde in het bijzonder meestal weerbarstig is, durf ik het vooralsnog niet aan.

Er zit ook een slijter in het pand, waar de wodka altijd in de aanbieding is en de doorgewinterde alcoholist dus nooit ver weg. Ik zie een van hen vaak voorbij schuiven, in z’n vuile truckershemd en met frituurvet haar. Uit al zijn poriën walmt dat hij toch niet meer te redden is en dat hij daar vrede mee heeft, dus ook daar zegt niemand iets van. Betrokken burgerschap betekent ook leven en laten leven, denk ik dan maar.

Totdat ik de vrouw met de sjaal opmerkte. Ik had haar al vaker buiten gezien. Met haar vermolmde, grijze haar in een hoge staart, een laaghangende joggingbroek die zicht gaf op het grauwe, lillende vlees van haar enorme buik. Al was het buiten dertig graden, ze droeg altijd afgeknipte handschoenen waar haar schimmelgroen uitgeslagen kalknagels uitstaken. En die sjaal. Een grote Palestijnse sjaal, met daarboven een gezicht waarop het leven zo hard en vaak had ingebeukt dat ze datzelfde leven letterlijk niet meer kon aanzien. Tenminste, dat vermoedde ik toen ik haar midden in een gangpad zag staan, met de sjaal helemaal over haar gezicht getrokken. Ze stond daar maar, alsof ze wachtte tot iemand eindelijk het fatale blik bockworsten tegen haar slaap gooide en ze in de grond kon verdwijnen.

“Mevrouw?” zei ik. “Gaat het?”

“Tyfushoer,” gromde ze.

Dus ik ging maar weer verder met leven.

En laten leven.

 


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:

Wasoorlog
Vragen aan Jezus
Leegtes
De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed