Fleurs column: ‘De slager legde zijn handen op zijn kolossale buik en nam me van top tot teen op’

Ik stond bij de slager en ik had honger. Dat mag je eigenlijk niet zeggen als je in een goedgevulde vitrine staart met geld op zak, maar ‘trek’ dekte de lading niet en is überhaupt een blaartrekkende woordkeuze van mensen die op de wc dingen doen als ‘drukken’. Ik had geen trek. Ik had honger. Goed, het was de vol-gevreten variant van honger. Of de geprivilegieerde parodie op honger. Ik ben weer eens op dieet.

Op wat voor dieet ga ik niet zeggen, maar neem van mij aan: alle zeventien miljoen voedingsdeskundigen die ons land telt, zullen ervan schamperen en/of stampvoeten. Precies zoals ik mijn diëten graag heb. Lekker hardcore. En ik had ook geen keus, helaas.

Ik was even, een klein jaartje maar, van mijn koolhydraatarme geloof afgevallen. Gebruikte eerst alleen in het weekend de crack onder de voedingsmiddelen onder het mom ‘ja, mag ik ook eens iets lekkers en trouwens, ik kan stoppen wanneer ik wil.’ Daarna begon het weekend op donderdag al. En voor ik het wist inhaleerde ik op maandag al stukken stokbrood en schraapte ik met bruine vingers de laatste brokken Tony’s uit het folie en was ik officieel een Whitney. Onderwijl begroef ik mijn hoofd diep in het zand terwijl de hele clichékaravaan voorbij marcheerde.

Voor de spiegel staan en denken: wat heb ik ineens een dikke kop. Een jurkje aantrekken en de rits niet meer dicht krijgen. De rits de schuld geven. Er vervolgens achter komen dat je bijna geen enkel jurkje meer dichtkrijgt. Alle ritsen de schuld geven. Aan iedereen die het eigenlijk niet horen wil vragen of je dik bent geworden. Opgelucht een bitterbal met wijn wegspoelen als men, puur uit eigen lijfsbehoud, ‘welnee’ zegt. Tegen jezelf zeggen dat je vanaf morgen weer terugkeert naar het ware, koolhydraatarme geloof. Oké, maandag dan. Maar dan echt.

Totdat je een groot aantal maandagen én een ongegeneerde vreetvakantie verder bent, eindelijk weer eens op de weegschaal durft, in een ongekende vapeur schiet, een dieet uitzoekt en bij de slager staat met een volgevreten variant op honger.

En terecht. Ik verdíénde dit.

‘Wat mag het zijn?’ vroeg de slager. Hij zag eruit als een echte, klassieke slager. Zo een die een hele tros saucijzen ad fundum langs zijn huig laat glijden en daarna verlekkerd 
op zijn trommelbuik klopt. Lekker. Saucijzen.
Maar nee. Ik ademde diep in en uit en dacht aan mijn mantra voor de komende tijd: groente, fruit, kipfilet, biefstuk, 
zes kilo, drie weken.

‘Een kilo kipfilet en een pond biefstuk graag,’ zei ik.
‘Zo!’ glunderde de slager. ‘Jíj maakt er een feestje van!’ ‘Niet echt,’ zei ik. ‘Ik ben op dieet en ik vries het in kleine porties in.’
‘Jíj?’ vroeg de slager. Hij legde zijn handen op zijn kolossale buik en nam me van top tot teen op.

‘Jij bent een dennetje. Een dénnetje gewoon.’
‘Haha, welnee, doe niet zo mal,’ deed ik.
Maar het hielp wel.
Sindsdien dieet ik als een dennetje.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Rauw
Logeren
Koken
WC
Arbeid
Roest
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt