Fleurs column: ‘Wat zegt de geboortekaartjesetiquette als ik de kersverse vader/moeder nooit zie of spreek?’

Er zijn nogal wat dingen waar ik mee worstel op een dag, en vandaag waren dat geboortekaartjes. Nu zíjn geboortekaartjes natuurlijk ook een worsteling. En niet alleen voor ontvangers, zoals ik. De zenders hebben het ook niet makkelijk. Die moeten, toch al volslagen de weg kwijt na het inhaleren van een dikke roze wolk, zo’n honderd kaarten in een pastelkleurig envelopje schuiven en daarop weer zo’n honderd keer een kloppend adres én een guitige ooievaarspostzegel plakken. Dan snap ik dat er dingen fout kunnen gaan.
Onder invloed van de kraam-lsd gaan nieuwe ouders bijvoorbeeld nog wel eens denken dat de baby reeds kan praten. Dat kan nog betrekkelijk onschuldig uitpakken: de kleine Yaya/Ortega/Pup/Ruig stelt zich voor en zegt iets als ‘Welkom wereld! Ik ben geboren! Papa en mama zijn heel gelukkig met mijn komst!’
Helaas zijn er ook gevallen waarbij de kleine Frodo/Arya/Candice/Pier al in staat blijkt tot het schrijven van bedenkelijke poëzie: ‘De ooievaar nam mij niet mee, nee, dat zeiden ze lang gelee, mama en papa hebben gewoon gestoeid en uit hun liefde ben ik gegroeid.’
Het gebeurt.

Dit is nog maar het begin van mijn geboortekaartjesproblematiek. Want waarom staan er ook altijd statistische gegevens van Rosé/Panko/Servet/Zon bij? Wat betekent ‘11.58/48 centimeter/3822 gram’? Moet je daar dingen uit op kunnen maken? Is het bedoeld als een voorzetje tot gespreksstof als je op kraambezoek gaat? Dat je zegt: ‘Goh, 3822 gram! Totaalruptuurtje? Of had je geluk?’

Sowieso weet ik nooit goed wat precies aan te vangen met een geboortekaartje dat buiten de gelederen van mijn intieme kring komt. Wat zegt de geboortekaartjesetiquette als ik de kersverse vader/moeder nooit zie of spreek? Een kaartje terugsturen? Wat voor kaartje dan? Houden we het in ooievaarsthema of doen we hartjes, beertjes en sterren? Gaan we voor een genderneutrale kleurstelling en ‘hoera, een baby!’ of steken we een dikke patriarchale middelvinger op met blauw, roze, ‘stoere vent’ en ‘mooie prinses’?

Of betekent een geboortekaartje toch echt een aansporing tot kraambezoek?
Vinden nieuwe ouders, midden in een verse high na een snuif aan het babyschedeltje, het écht leuk als de zoveelste oude bekende het zoveelste beschuitje over de bank kruimelt? Of, nog erger, die zich hangend boven de wieg laten ontvallen dat pasgeboren baby’s altijd een beetje op André Hazes lijken? Nee, ik ken de kraamvisite-etiquette ook al niet. Vraag je door als je een goede bevallingsanekdote ruikt? Die keer dat ik de slappe lach voelde opkomen toen de man vertelde dat hij walmend naar bier en knoflooksaus zat mee te puffen, kregen de roze bedwelmde ogen van de moeder ineens een rode gloed.

Ik kijk naar de vier geboortekaartjes in mijn boekenkast. Stoffel, Zilt, Knoert en Fluim schreeuwen om een gepaste reactie. Ik beeld me in hoe ik een van deze namen hardop moet uitspreken in het bijzijn van de trotse ouders. Nee, het is maar goed dat ik nooit wat van me laat horen.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma
Whatsapp
Verdriet
Zindelijk worden
Escape room
Pop-a-holic
Haarlem
De kluts kwijt zijn