Fleurs column: ‘In 1913 werd op de plek waar ik gisteren boerenkool at een vierdubbele moordaanslag gepleegd’

Een klusgeest. Heb ik weer. Een enthousiaste doe-het-zelver van gene zijde die meent dat even voor middernacht een uitstekend tijdstip is om de timmerwerkzaamheden aan te vangen. Wat op zich niet onlogisch is: we hebben het hier over gene zijde, the upside down zo je wil. En nu mogen jullie best in hoongelach uitbarsten, dat zou ik zelf ook doen. Mits ik er inmiddels niet zo van overtuigd was dat ook in dit huis stranger things gaande zijn.

Tijd voor een markant stukje historie. Ik ben opgegroeid in de omgebouwde paardenstallen van een heel oud huis in een bos. Er kwam een grafsteen van een dienstmeid uit 1654 naar boven bij de opgravingen; die nog altijd gemoedelijk op het tuinpad ligt. In 1913 werd op de plek waar ik gisteren nog boerenkool heb gegeten een vierdubbele moordaanslag gepleegd door een ‘krankzinnige zenuwpatiënt’ die een ‘geneesheer, chef-veldwachter, slagersknecht en spoorwegbeambte ernstig met revolverschoten verwondde.’ De kranten stonden er bol van. Minder weten we van de nazi-commandanten die het huis later bezetten, maar we weten wel dat ze er meteen maar hun ‘Festung Kommando’ van maakten en er staat tot op de dag van vandaag een grote bunker naast – dan hoefden ze niet zo ver te lopen tijdens een luchtaanval.

Enfin. Dit alles om aan te geven dat ik mij op het gebied van vreemde nachtelijke geluiden de pis niet snel lauw laat maken.
Nu scheelt het natuurlijk dat er nooit ’s nachts een nazi of een krankzinnige zenuwpatiënt aan mijn bed is verschenen. Wel werd ik ooit midden in de nacht wakker van een heel helder menselijk gefluit, dat recht vanonder mijn slaapkamerraam vandaan kwam. Ik hing direct mijn hoofd uit het raam, maar er was niets te zien. Ook gingen er weleens lichten knipperen, floepten tv’s ineens aan of uit en mauwden de katten minutenlang, starend in het luchtledige.

Eerlijk gezegd hád het wel wat, wonen in een huis waar zowel nazi’s, dienstmeiden als slagersknechten konden ronddolen. En daarbij: ze lieten af en toe iets horen, maar waren verder uiterst beleefde en beschaafde huisgeesten. Nee, dan deze. Hij zit er sinds een maand vermoed ik. En zoals dat gaat, sloeg ik er eerst geen acht op. Gewoon wat getimmer: vast bovenbuurman Pieterke met een nachtelijke IKEA-oprisping. Totdat begon op te vallen dat het timmergeluid zich continu verplaatste. Het kwam van linksboven het plafond. Toen van rechtsboven. Aan de voorkant. De achterkant. Tot ik tegen de Kameel riep: ‘Nou ja! En nu ineens hier beneden! Links! Hoor jij het ook?’ De Kameel knikte veelbetekenend en hij wees naar rechts. ‘Ik hoorde het laatst juist weer híer, achter de boekenkast.’ Dat kán helemaal niet. Het huis links staat leeg. De buren van rechts zijn op vakantie.
En Pieterke bleek bij navraag noch geklust noch getimmerd te hebben, en trouwens, hij heeft sowieso nooit wat gehoord.
Een klusgeest dus. Of het zijn leidingen, airbnb-bewoners, of hersenspinsels. Maar dat is toch een stuk minder leuk.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma
Whatsapp
Verdriet
Zindelijk worden
Escape room
Pop-a-holic
Haarlem
De kluts kwijt zijn
geboortekaartjesetiquette
Toneelstuk