Fleurs column: Der Club

Wie naar Berlijn gaat, kan maar beter een motto hebben, en in ons geval was dat: der Club ist auch Hochkultur, ja? Er is weinig dat de ziel zo loutert als een weekend vol snoeiharde techno, en daarbij, zo’n Checkpoint Charlie staat er de volgende keer ook nog wel. Mythische clubs daarentegen hebben nogal eens de neiging zichzelf op te heffen, dus je moet het technoijzer smeden als het heet is.

De Berghain stond er gelukkig nog.

Wie naar de Berghain gaat, kan trouwens ook maar beter een motto, of nee, míssie hebben, en in ons geval was dat: hereinkommen. Dat ging er nog om spannen, begreep ik. Want je wordt natuurlijk geen mythische club als je allerhande toeristenplebs met gelhaar en Zalando-jurkjes gaat binnenlaten, dus heeft de Berghain een deurbeleid dat je best discriminerend zou kunnen noemen als het niet zo geestig was. Ik bedoel, geweigerd worden: wanneer maak je dat nou mee als wit geprivilegieerde?

Bovendien weet ik zelf ook wel dat ik niet cool en gruizig genoeg ben voor de Berghain, met m’n 
heterosexualiteit en de totale afwezigheid van ijzer door m’n neus. Dit ging, kortom, voor geen meter lukken, en ik had er zin in.
“Spannend hè jongens! Ik vind het dus nú al leuk!” joelde ik dan ook toen ik de grauwe Oostblok-fabriek in de mist zag opdoemen. “Ssst!” siste mijn party-
gezelschap uit één mond.

Je wordt natuurlijk geen mythische club als je toeristenplebs gaat binnenlaten

O ja, dat was waar ook. Joelen in de rij voor de Berghain is niet cool en gruizig. Wat blijkbaar wel cool en gruizig was: zwijgen. En zwart. Het meisje voor me had een vers geschoren schedel en een 
dun leren jekkertje aan. In plaats van ostentatief 
kapot te vriezen, staarde ze naar de grond alsof er niets aan de hand was. Cool. Ik daarentegen had m’n dikke bontjas aan. Daaronder een gekleurde jumpsuit. En dat in combinatie met die doodgewone harses van me, met haar erop enzo: nee, dit ging 
er zeker om spannen. Ik moest ervan giechelen, wat 
me wederom op een reprimande van mijn party-
gezelschap kwam te staan. “Unterdruck alles!” fluisterdreigde Pieterke in z’n goeiste Duits, want hij had ergens gelezen dat dat hielp bij het hereinkommen. Hij zag er goed uit, zo in het zwart, maar ook zijn harses was onmiskenbaar normaal.

De rij sloop dichterbij de Eingang, en ik kreeg zicht op Sven der Türsteher. Hij, wereldberuchte waakhond, Petrus van de techno, Charon der Club, zou straks met een hoofdknikje dan wel nein-schudden ons lot bepalen. Er stampte een groepje meisjes op laarsjes langs. “OMG! We were, like, refused!” hoorde ik ze knauwen. Terecht Sven der Türsteher, dacht ik, want ik vind Amerikaanse meisjes óók irritant.
Het tondeusejekkertje was aan de beurt. Een knikje, dat viel te verwachten. Nu richtte Sven al zijn neusijzer en gezichtsinkt tot mij. “Wie viel?”
“Unterdruck alles!” siste Pieterke nog een keer.
Ik keek langs hem heen stak zes vingers op.
Een knikje.
Een knikje?!
“We zijn cool!” zei ik blij terwijl ik naar binnen liep.
“Sssst!” siste Sven.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Trash-tv
Zelfhulpthriller
In de kou
Doomsday
Hallo
IPB
Boodschappen
Nomen est omen
Stukje experience
Woorddiarree
Slijpen
Winaars van de nacht
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown