Fleurs column: ‘Een escape room, ik wist écht niet dat dit bestond’

Nooit van gehoord. Maar dan ook nooit-nooit. Nimmer. Niemals. Never ever. Nu krijg ik wel vaker aanwijzingen dat ik grotendeels in een paralleluniversum leef, daar niet van, maar hier keek ik toch wel van op: een escape room. Ik wist écht niet dat dit bestond. Laat staan dat ik wist wat ik nu weet: dat er meer dan zéshonderd van die dingen in het land blijken te staan. Van Appeltern tot diep in de krochten van Zoelen. Er bleken alleen al dertien stuks op fietsafstand van mijn huis.

‘Maar wat ís het dan?’ vroeg ik met een stuk verbijstering naar de mensen toe die dit aan mij openbaarden. Die vervolgens eerst elkaar en toen 
mij met eenzelfde stuk verbijstering aankeken. Nou, begonnen ze door elkaar te praten, dat was dus een kamer en daar liet je je met een groepje in opsluiten en dan moest je binnen een uur die kamer uit zien te komen door allemaal puzzels en raadsels op te lossen, en soms moest je bijvoorbeeld aan een boek in de kast trekken die dan toegang gaf tot een andere ruimte, dat hing een beetje van het thema af, want het kon ook iets anders zijn, een schedel of zo…

Snapte ik het nu een beetje? ‘Aaah,’ deed ik. Ze lachten hard en beloofden dat ik de volgende keer mee mocht, dan kon ik het zelf zien. ‘Jaaa,’ lachte ik terug, vooral omdat ik wist dat dit soort beloften toch nooit stand hielden. Dat ik me vrij kort daarna wel degelijk met zeven anderen in de wachtruimte bevond van iets dat zich Zombie Escape Amsterdam noemt, beschouw ik dan ook als een nieuwe aanwijzing voor mijn parallelle bestaan. Er zouden er nog vele volgen. Want nu moet ik dus gaan vertellen hoe dat nou wás, die zombie escape room. Het antwoord is: dat wéét ik niet. Ik kan wel vertellen wat ik zoal zág.

Nou, ik stond dus in een kamer – het was donker, maar volgens mij moest het een lab voorstellen – waar zeven anderen door elkaar heen begonnen te praten. Ik zag iemand driftig met puzzelstukken schuiven en een ander dook een kast in en riep ‘CODE!’ terwijl anderen met sleutels en sloten in de weer waren en ook ‘CODE!’ riepen. Iemand wees naar een papier met teksten als ‘¥=7, ∆=4, ◊=8’ en vroeg of ik het nu een beetje snapte, waarna er ineens een deur open ging, want ‘CODE!’ Daarna was er nog een kamer met ballen, cijfers, puzzelstukken, magneten en woorden als ‘RADIUM!’ ‘ETHANOL!’ ‘BUTAAN!’ die men schreeuwde terwijl er op knoppen werd gedrukt en er soms niet een lampje ging branden en soms wel. Dat laatste was goed in verband met diverse dingesen, twee x-en, een laser en een pijp.

En toen juichten zeven mensen allemaal door elkaar heen en kwam het escape-meisje binnen om te vertellen dat we het inderdaad gehaald hadden. Daarna vroeg ze of we op de foto wilden in bebloede lab-jassen, voor op Facebook. Ik geloof dat ik erop sta, maar laat je niets wijsmaken: ik ben daar nooit geweest.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Roest
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma
Whatsapp
Verdriet
Zindelijk worden