Fleurs column: Hallo

De Kameel en ik raakten laatst verzeild in een 
groetconflict. En nee, ik wist eerst ook niet dat dat bestond. Het lag, zoals de Kameel wel vaker meent, ‘natuurlijk weer allemaal’ aan mij. Dat klopt, in zoverre dat ik van nature al een onorthodoxe groeter ben. Zo hou ik erg van het woord ‘hallo’. Te weinig mensen groeten met ‘hallo’. Terwijl ‘hallo’ alles heeft wat een groet moet hebben. Ronde, volle klanken, waarin de belofte van volmaaktheid verscholen zit. Ik ben geen etymoloog, maar je gaat mij niet vertellen dat het toeval is dat het Engelse halo en hallo één letter verschillen. Groeten met ‘hallo’ is iemand even in het volle licht zetten, hem of haar een overdrachtelijk stralenkransje op het hoofd planten. Ik geloof gewoon in dat woord.
Daarom was ik ook ietwat uit het lood geslagen toen de Kameel op een vroege ochtend bitste: 
“En nou hou je óp met dat ‘hallo’!” Ik snapte het niet. Wat gebeurde hier? Ik bedoel, we lagen nog in bed, ik was zojuist ontwaakt, zag het gezicht van de 
Kameel en zei dus ‘hallo’. Wat is er fijner dan dat?
“Nee,” zei de Kameel. “Zeg gewoon ‘goedemorgen’.”

Toen wist de Kameel dat zijn Waterloo was gekomen. Ik had gewonnen

Goedemorgen. Goe-de-mor-gen. Wat een vréselijk woord is dat toch. Dat vond ik als kind al, en dat vind ik nog steeds. Laat mij tien keer ‘goedemorgen’ 
zeggen en ik acht diezelfde morgen alweer naar 
de vaantjes. Ten eerste: veel te veel lettergrepen. Het is ochtend, godbetert. En niet één, maar twéé keer een ‘g’ moeten uitstoten uit de krochten van je keel: ik kan het gewoonweg niet, laat staan op dit soort tijdstippen. Daar hebben natuurlijk meer mensen last van, daarom wordt het woord vaak gecomprimeerd tot het minstens zo gruwelijke ‘môgge’.

Ik bevond me kortom in een hachelijke, penibele 
situatie – twee woorden waar ik trouwens wel weer veel van hou. Toch besloot ik dat hierin geen enkel compromis mogelijk was. Soms moet je in een relatie strijden voor dat wat belangrijk is.
“Over mijn lijk,” antwoordde ik dus monter.

Nou, dat werd me wat, hoor. De Kameel bleek in ‘hallo’ geen schoonheid te kunnen ontwaren. Hij vond het een ‘onnozel’ woord. Het klonk ‘dom’. 
“Goedemorgen! Wat is er mis met goedemorgen?” Dit kon ik hem haarfijn uitleggen uiteraard, maar 
hij gaf geen sjoege. “Goedemorgen. Goedemorgen,” zei hij een paar keer achter elkaar.

Ik moet zeggen: als hij het zei, gíng het nog wel. “Ja, jij hebt makkelijk praten!” riep ik. “Met je zachte g!” “Precies!” riep de Kameel terug. “Zíé je nou wel dat dat zogenaamde ABN van jou een spraakgebrek is?”
Há. Nu had ik hem.
“O ja? O ja? Zeg dan eens: ‘Ik ben een integere 
tijger.”
“Nee,” zei de Kameel, die wist dat zijn Waterloo was gekomen.
“Zeg het!”
Hij zei het, en ik liet me gierend onder de dekens 
glijden. Dat kúnnen Brabanders namelijk helemaal niet. Het klinkt alsof er een natte sluipscheet uit 
de keel komt glijden. Kostelijk, probeer het eens.
Ik had gewonnen. En ik mag ’s ochtends gewoon ‘hallo’ blijven zeggen. Het was een goede morgen.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Buurtsuper
Wasoorlog
Vragen aan Jezus
Leegtes
De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed
Trash-tv
Zelfhulpthriller
In de kou
Doomsday